Huurdersbelasting inzetten voor duurzaamheid

 

Woningcorporaties en Urgenda bieden kabinet hulp bij extra CO2-reductie

 

Huurdersbelasting inzetten voor duurzaamheid

 

Duurzaam en betaalbaar wonen. Dat is mogelijk door het geld van de huurdersbelasting in te zetten voor het energiezuinig maken van huurwoningen. De Noordwijkse woningcorporaties Sint Antonius van Padua en de Noordwijkse Woningstichting (NWS) sluiten zich aan bij de oproep die klimaatorganisatie Urgenda en 170 woonstichtingen uit het hele land vandaag aan het kabinet doen.

 

Het kabinet heft sinds 2013 een belasting - bekend als de verhuurderheffing - aan de woningcorporaties. Dit jaar is dat landelijk € 1,7 miljard. Woningcorporaties willen dat geld van de huurders investeren en zo veel sneller, veel meer sociale huurwoningen verduurzamen. Daarmee worden de energiekosten voor hun huurders direct verlaagd. Zo helpen corporaties, samen met hun huurders en Urgenda, het kabinet om de noodzakelijke 25% CO2-reductie in 2020 te halen.

 

Net als hun collega’s voelen de directeur-bestuurders Merlien Welzijn (Sint Antonius van Padua) en Willem van Duijn (NWS) zich voor het blok gezet. “Ik zeg altijd maar ‘Je kunt geen eik vellen met een broodmes’. Zo voelt het wel, als ik kijk naar de vele opgaven die wij als corporatie hebben, afgezet tegen de bedragen aan lokale en landelijke belastingen en heffingen die we jaarlijks moeten overmaken”, aldus Welzijn. “Dat geld is dringend nodig voor onze woningmarkt.”

 

Sneller, meer investeren

 

Beide Noordwijkse corporaties investeren al fors in duurzaamheid. Directeur-bestuurder Van Duijn van de NWS: “Voor ons woningbezit hebben we momenteel al gemiddeld label B, een resultaat dat pas in 2021 hoeft te worden gehaald. Bij de nieuwbouwplannen gaat de NWS zelfs uit van gasloos en bijna energieneutraal. Voor het bestaande woningbezit werken we met een – voortdurend bijgesteld – plan om richting 2050 zoveel mogelijk CO2-neutraal te zijn. Om dat mogelijk te maken, investeren we jaarlijks 1,5 miljoen euro extra in het energiezuiniger maken van onze woningen.” 

 

De centrale overheid doet een beroep op woningcorporaties om het voortouw te nemen in verduurzamingsopgave. “Dat willen we ook graag”, benadrukt directeur-bestuurder Welzijn van Padua uit. “We willen de aarde goed doorgeven aan volgende generaties en onze huurders worden er direct beter van. Op onze beurt roepen wij de overheid daarom op om ons niet langer te straffen voor het uitvoeren van deze noodzakelijke acties.”

 

Extra investeren bovenop het bedrag dat de woningcorporaties al uittrekken voor energiemaatregelen is volgens Van Duijn van de NWS onmogelijk in een markt waarin de prijzen fors stijgen en woningcorporaties heel veel belasting betalen. “Zo’n vier maanden huur gaat jaarlijks naar de schatkist van landelijke en lokale overheden. Er wordt gedacht dat de woningcorporaties beschikken over het kruikje van de weduwe van Sarfath, dat nooit leeg raakt. Nou, laat ik ze uit de droom helpen: het staat droog.”

 

Bondgenoot bij klimaatakkoord

 

Met hun actieplan tonen de woningcorporaties en Urgenda zich een bondgenoot van het kabinet, dat uitzonderlijk grote stappen moet zetten om de afspraken in het klimaatakkoord te realiseren: extra CO2-besparing én draagvlak daarvoor bij de Nederlandse burgers.

 

Dankzij duurzame ingrepen, bijvoorbeeld door woningen gasloos te maken en van zonnepanelen te voorzien, besparen de corporaties samen veel extra CO2. Hun huurders zien de energierekening vanaf de eerste maand dalen en gaan er direct op vooruit. Dit is de manier om draagvlak te creëren voor de energietransitie, zoals het kabinet zo graag wenst, juist bij bewoners met een smallere beurs.

 

IJzersterk systeem

 

Dertig procent van alle Nederlanders  woont in een sociale huurwoning van een woningcorporatie. Dat zijn mensen met een bescheiden inkomen, tot zo’n € 38.000 per jaar. Woningcorporaties zorgen ervoor dat deze huurders goed kunnen wonen: ze houden de huurprijzen laag en bij sociale of financiële problemen zoeken ze samen met hen naar oplossingen. Veel zorgorganisaties huren bij woningcorporaties woningen voor hun cliënten. Al met al creëert dat een sterk sociaal netwerk en maatschappelijk vangnet. Dit systeem wordt wereldwijd geroemd en kost de overheid niets.

 


 

Brief aan Gemeenteraad van Noordwijk

Aan: 

De gemeenteraad van Noordwijk

Het college van B&W van Noordwijk 

In afschrift aan: - Directeur-bestuurder NWS - Directeur-bestuurder Sint Antonius van Padua - Stichting Huurdersbelangen Noordwijkerhout en De Zilk - Media Noordwijk,

14 januari 2019

Geachte leden van de gemeenteraad en van het college van B&W, Evenals de Noordwijkse Woningstichting (NWS) willen wij aan u, de Stichting Huurdersbelangen Noordwijk (SHN), onze grote zorg duidelijk maken over de passage in het coalitieakkoord over de bouw van nieuwe sociale huurwoningen.

In de aanloop van de gemeenteraadsverkiezing is door alle partijen uitgesproken dat het percentage sociale huurwoningen snel omhoog moet, gelet op de grote behoefte aan dit type woningen. Wij roepen het Lagerhuis debat in de Muze in herinnering, waarbij ons door alle politieke partijen werd voorgehouden dat dit probleem echt daadkrachtig aangepakt worden. Na lezing van het coalitieakkoord zijn wij, zacht gezegd, bijzonder teleurgesteld over het uitblijven van concrete stappen die leiden tot een flinke toename van dit type woningen, vooral in de kernen Noordwijk Binnen en Noordwijk aan Zee. Bouwen wordt in Bronsgeest in deze raadsperiode niet voorzien. De politiek gaat over het maken van (nieuwe) keuzen. Daarbij past dat de gevolgen van een andere keuze ook helder in beeld zijn. Wij betwijfelen of dat het geval is. Woningzoekenden kregen weer een sprankje hoop door het bouwen op het Rederijkersplein, Northgo-terrein, Julianahofje, Offem Zuid en het perspectief van Bronsgeest. Deze hoop wordt helemaal de bodem ingeslagen. De gemeentelijke overheid toont zich hiermee grillig, waardoor de betrouwbaarheid in het geding is. Politieagenten, medewerkers in de zorg, onderwijzers en medewerkers in hotels zijn vaak aangewezen op sociale huurwoningen. Alle politieke partijen zeggen het van belang te vinden voor deze mensen betaalbare woonruimte beschikbaar te hebben. Met het uitstellen of afstellen van Bronsgeest verdwijnt het concreet maken van deze doelstelling uit beeld. Genoemde mensen blijven hiermee in de kou staan. Het coalitieakkoord spreekt over het opzetten van Masterplan met de woningstichtingen voor verdere uitbreiding van aantal sociale huurwoningen en het inventariseren van bouwlocaties. 

Het collegeakkoord wekt daarmee de indruk dat het nadenken over toename van het aantal sociale huurwoningen pas met dit coalitieakkoord van start is gegaan. Wij wijzen op het volgende:

1. Vanaf 2017 maken NWS, SHN én gemeente gezamenlijk prestatieafspraken over alle aspecten van de sociale huursector;

2. In de prestatieafspraken voor 2019 (bijgevoegd) is door alle drie partijen een toename voorzien van minimaal 600 nieuwe sociale huurwoningen tot 2027;

3. In Bronsgeest zouden hiervan 264 (40% van 660) worden gerealiseerd;

4. Hier bovenop loopt een vergunningsaanvraag van maximaal 100 flexwoningen in Bronsgeest. Een vergunning waarop de gemeente positief reageerde voordat deze formeel werd aangevraagd;

5. De belangrijke bouwlocatie Bronsgeest om 264 woningen te realiseren gaat nu verloren en er is geen alternatief;

6. Het zoeken naar bouwlocaties vindt al ruime tijd plaats en heeft weinig opgeleverd;

7. Een nieuwe zoekactie zal dit naar verwachting ook niet doen, tenzij het taboe op enkele bouwlocaties wordt losgelaten, zoals bijvoorbeeld grond tussen:  Duinweg, Northgodreef en      Gooweg;  Northgodreef, Duinweg en Dreefkant; Nieuwe Zeeweg, Lijnbaanweg en Dompad;  Koepelweg, Beeklaan en Het Laantje;  Tolhoren, Herenweg en Zwarteweg.

Het ontbreken van een reëel alternatief voor Bronsgeest maakt alle afspraken over toename van het aantal sociale huurwoningen tot een illusie.

Over onze grote zorg willen we graag op zeer korte termijn overleggen met de meest betrokken collegeleden.

Bernard Koëter Voorzitter Stichting Huurdersbelangen Noordwijk

Reactie NWS op coalitieakkoord

Geacht college en leden van de gemeenteraad,
 
Terecht staat woningbouw in het algemeen en sociale woningbouw in het bijzonder bovenaan de lijst met speerpunten in het coalitieakkoord voor de nieuwe gemeente Noordwijk. De urgentie daarvoor is de afgelopen jaren voldoende aangetoond en kon ook in de verkiezingstijd rekenen op brede consensus binnen de politieke partijen. Maar als met de roep om een Deltaplan voor sociale woningbouw tegelijk ook de belangrijkste woningbouwlocatie voor de komende jaren onder water wordt gezet, wakkert dat bij de Noordwijkse Woningstichting de vrees aan dat alle goede voornemens de komende jaren niet verder komen dan vergader- en tekentafels. Terwijl de urgentie nu juist is om woorden en plannen in concrete daden om te zetten.
 
Als NWS werken wij – als het gaat om de uitbreiding van ons betaalbare woningbezit - al drie jaar met een eigen Deltaplan. Dat noemen wij onze nieuwbouwmonitor. Eigen onderzoek naar de sociale volkshuisvesting in de kern Noordwijk heeft aangetoond dat er tot 2027 behoefte is aan zo’n 1000 extra sociale huurwoningen. Wij gaan in onze plannen uit van een reële 600 woningen, waarbij bouwen in Bronsgeest een belangrijke pijler is. Zeker na de uitspraak van de vorige raad dat in dit gebied moet worden uitgegaan van 40 procent sociale huur, is deze beoogde woningbouwlocatie goed voor zo’n 260 van de 600 huurwoningen die we graag willen realiseren. Bovendien is dit de geplande locatie voor nog eens (maximaal) honderd tijdelijke woningen voor starters en spoedzoekers en een aantal tiny houses. 
 
Ons bouwprogramma is vastgelegd in Prestatieafspraken met de gemeente Noordwijk en de Stichting Huurdersbelangen Noordwijk (SHN). De handtekening onder de versie voor 2019 tot en met 2022 is nog nat. De aankondiging in het nieuwe coalitieakkoord dat er een ‘Woonvisie met prestatieafspraken’ en een ‘Deltaplan sociale woningbouw’ moet komen, wijst erop dat we de komende periode vooral druk zijn om het huiswerk over te doen. Temeer daar er in het akkoord en de uitleg daarvan op geen enkele manier wordt gerept over concrete alternatieven voor bouwen in Bronsgeest.
Ook voor ons is bebouwing van Bronsgeest geen doel op zich, zoals we al eerder aangaven in een open brief aan de onderhandelaars. Maar zonder volwaardige alternatieven is het wel de enige plek waar we binnen afzienbare termijn aan de slag kunnen. 
 
De ervaring leert dat het ontwikkelen van een nieuwe, grote bouwlocatie zomaar tien tot vijftien jaar kan duren. Zo lang kunnen we de Noordwijkse woningzoekenden – bij wie het water al jarenlang tot boven de lippen staat – niet zoethouden met een Deltaplan. Deze gemeente – en zeker de kern  Noordwijk – heeft behoefte aan plannen die binnen de termijnen van onze NWS Nieuwbouwmonitor kunnen worden uitgevoerd. 
 
Graag gaan wij met u in gesprek om die voornemens – die de afgelopen periode zijn gedeeld door gemeente en SHN - waar te maken. De toezegging in het coalitieakkoord dat er de komende periode 30 procent sociaal wordt gebouwd, is een holle frase als daar geen substantiële aantallen bij worden genoemd. Want dertig procent van niks, is nog steeds niks.
 
Met vriendelijke groet,
 
Willem van Duijn, Directeur-bestuurder  Noordwijkse Woningstichting

Wat kost huren in 2019?

Een hogere liberalisatiegrens. Geïndexeerde grenzen voor de toewijzing van sociale huurwoningen en de huurtoeslag. Hogere kosten voor energie. In 2019 verandert er weer veel dat van invloed is op de portemonnee van huurders en woningzoekenden.

Wat kost een sociale huurwoning?

Verhuist u in 2019 naar een sociale huurwoning? Dan mag de kale huur van die woning niet hoger zijn dan € 720,42. Dit is de nieuwe ‘liberalisatiegrens’. Voor het eerst in vijf jaar is deze grens omhoog gegaan.

Heeft u een inkomen dat recht geeft op huurtoeslag en gaat u in 2019 bij een woningcorporatie huren? Dan zal de huur van uw nieuwe woning waarschijnlijk niet hoger zijn dan € 607,46 (een- en tweepersoonshuishouden) of € 651,03 (grotere huishoudens). Dat komt omdat corporaties ook in 2019 'passend' moeten toewijzen. Minstens 95% van de woningen die zij toewijzen aan huishoudens met een laag inkomen moet een kale huur hebben onder deze ´aftoppingsgrenzen´. Een hogere huur mag alleen in uitzonderingsgevallen. 

Met welk inkomen kunt u een sociale huurwoning krijgen?

Met een jaarinkomen dat lager is dan € 38.035,- maakt u het meeste kans. Als u iets meer verdient maakt u ook nog kans, maar als uw inkomen hoger is dan € 42.436,- kunt u alleen bij uitzondering sociaal huren. Bijvoorbeeld als u moet verhuizen vanwege sloop van uw woning, of als u vanwege een beperking moeilijk aan geschikte woonruimte komt. In 2019 moeten woningcorporaties zich aan de volgende regels houden:

Minimaal 80% van de vrijkomende woningen met een huurprijs tot  € 720,42 moet worden toegewezen aan huishoudens met een jaarinkomen tot € 38.035.

Maximaal 10% van de woningen met een huurprijs tot € 720,42 mag worden toegewezen aan huishoudens met een jaarinkomen tussen € 38.035 en € 42.436.

Voor de resterende 10% van de woningen geldt geen inkomensgrens. Maar corporaties moeten bij het toewijzen van deze woningen wel de voorrangsregels uit de plaatselijke huisvestingsverordening in acht nemen. Wat dat voor regels zijn verschilt per gemeente. Verder moeten ze zich houden aan het besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV). In dat besluit staat dat mensen met fysieke of psychische beperkingen voorrang moeten krijgen.

Voor commerciële verhuurders (zoals particuliere huisbazen) gelden deze regels allemaal niet. Zij verhuren ook wel woningen met een huurprijs tot  € 720,42.

Met welk inkomen heeft u recht op huurtoeslag?

Het maximale jaarinkomen dat u mag hebben om huurtoeslag te kunnen krijgen gaat ieder jaar een beetje omhoog. Voor 2019 zijn de bedragen:

€22.700,- voor alleenstaanden

€30.825,- voor meerpersoonshuishoudens

Heeft u -of heeft uw huisgenoot- al AOW? Dan is het maximumbedrag €25 lager.

Naast uw inkomen telt ook uw vermogen (zoals spaargeld en geld op de betaalrekening) mee. Op 1 januari 2019 mag dat niet meer zijn dan €30.360,- per persoon. Had u meer geld op 1 januari? Dan heeft u in 2019 geen recht op toeslag. 

Hoeveel huurtoeslag kunt u krijgen?

Om dat te achterhalen kunt u het beste een proefberekening maken (externe link) op de website van de Belastingdienst. Huurtoeslag is een ingewikkelde regeling, met veel verschillende normen en grenzen. In 2019 zijn de grensbedragen:

basishuur – vanaf € 228,62

Het deel van de huur dat ieder huishouden met toeslag in ieder geval zelf moet betalen. Voor een alleenstaande, bijstandsgerechtigde huurder die nog geen AOW heeft is dat € 228,62, voor huishoudens met een hoger inkomen is het (veel) meer.

kwaliteitskortingsgrens - €424,44

Het deel van de huurprijs dat tussen uw basishuur en dit bedrag ligt wordt volledig vergoed. Als uw basishuur hoog is kan het dus ook om een minimale vergoeding gaan.

aftoppingsgrens - €607,46 (één- of tweepersoonshuishoudens) / €651,03 (huishoudens van drie personen of meer)

Het deel van uw huurprijs tussen €424,44 en de aftoppingsgrens voor uw huishouden wordt voor 65% vergoed.

huurtoeslaggrens - €720,42

Het deel van uw huurprijs tussen aftoppings- en huurtoeslaggrens moet u zelf betalen. Behalve als u alleenstaand bent, AOW hebt of vanwege handicap een aangepaste woning huurt. In deze gevallen wordt 40% van dit deel vergoed.

Heeft uw woning een hogere rekenhuur dan de huurtoeslaggrens? Dan is voor die woning geen huurtoeslag mogelijk, behalve in uitzonderlijke gevallen. Jongeren tot 23 kunnen alleen toeslag krijgen als hun rekenhuur niet hoger is dan € 424,44. Voor jongeren met een beperking gelden andere regels.

 

Wat wordt de huurverhoging per 1 juli?

De overheid stelt maximale percentages vast voor de jaarlijkse huurverhoging bij sociale huurwoningen. Voor komend jaar zijn dat:

4,1% voor huurders met een inkomen tot €42.436,-

5,6% voor huurders met een inkomen vanaf €42.436,-

Voor corporaties geldt dat de gemiddelde stijging van de huurprijzen niet hoger mag zijn dan 2,6%.  Dat is inclusief de huurverhoging bij het opnieuw verhuren van een vrijgekomen woning. Door het in 2018 gesloten Sociaal Huurakkoord (externe link) zal de gemiddelde huurverhoging bij corporaties gemiddeld nog lager zijn.

Wat betaalt u aan belasting op energie?

In 2019 zullen veel huurders (en huiseigenaren) hun energierekening zien stijgen. Dit komt door twee maatregelen van de overheid die op 1 januari 2019 ingaan:

Hogere energiebelasting

Lagere heffingskorting

Energiebelasting

Huishoudens gaan 3 eurocent meer energiebelasting betalen per verbruikte kubieke meter aardgas. De belasting over stroom daalt met 0,72 eurocent. Hoeveel meer energiebelasting u gaat betalen hangt van uw verbruik af. Energievergelijker PriceWise berekende dat een gemiddeld huishouden ongeveer €20,- duurder uit zal zijn.

Heffingskorting

Dit is een korting op de energiebelasting, die alleen geldt voor energieaansluitingen met een verblijfsfunctie, zoals woningen en kantoren. Het is een vast bedrag per jaar, dat van de te betalen energiebelasting wordt afgetrokken. De overheid verlaagt deze korting in 2019 van €308,54 naar €257,-. Hierdoor gaan huurders (en huiseigenaren) €50,- meer betalen.

Wat betaalt u aan lokale belastingen?

Wat u kwijt bent aan lokale belastingen verschilt per gemeente. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) brengt ieder voorjaar in kaart wat huurders moeten betalen aan de gemeente, het waterschap en de provincie.  De bedragen voor 2019 zijn op dit moment nog niet bekend. Zodra de bedragen voor alle gemeenten in kaart zijn gebracht vindt u in dit artikel een verwijzing naar het nieuwe overzicht van COELO. 

Deze publicatie is informatie van de Woonbond

Woonbond en woningcorporaties dicht bij nieuw Sociaal Huurakkoord

18 december 2018

Woonbond en woningcorporaties dicht bij nieuw Sociaal Huurakkoord

De Woonbond en Aedes hebben op bestuursniveau een onderhandelingsakkoord bereikt over een nieuw Sociaal Akkoord. Het akkoord beoogt een gematigde huurontwikkeling, waardoor huurders de komende jaren zekerheid hebben over de betaalbaarheid van hun woning. De huurprijs van sociale huurwoningen van woningcorporaties wordt de komende jaren gemiddeld met niet meer verhoogd dan het inflatiepercentage. Binnenkort besluiten de leden van de Woonbond (huurdersorganisaties) en Aedes (corporaties) over deze voorstellen.

Het Sociaal Huurakkoord kwam niet makkelijk tot stand, in een periode waar de aandacht uitgaat naar betaalbare huren, naar de druk op de woningmarkt en naar duurzaamheid. De toenemende belastingen voor corporaties betekenen dat zij financieel minder ruimte hebben. Er moet dus nog scherper gekozen worden om geld in te zetten om huren laag te kunnen houden, voor nieuwbouw en renovatie en ook voor verduurzaming. Betaalbare huren hebben zowel voor de Woonbond als Aedes prioriteit, daarom kiezen ze er samen voor om de huren de komende jaren alleen met inflatie te verhogen.

Paulus Jansen: ‘Er zijn nog steeds te veel huurders die maandelijks moeite hebben de huur te betalen. De trend dat de huren harder stijgen dan de inflatie en de inkomensontwikkeling van het grootste deel van de huurders moet worden gekeerd. Dat doen we door de huurstijgingen te beperken en in te zetten op het verlagen van woonlasten bij verduurzaming van huurwoningen én door de huurprijzen voor sommige huurders met een laag inkomen te bevriezen of te verlagen’.

Marnix Norder: ‘De huurder mag niet langer de melkkoe zijn van de fiscus. Veel huurders hebben het al moeilijk genoeg om de eindjes aan elkaar te knopen. Daarom nemen we onze verantwoordelijkheid en matigen we de huurprijzen nog verder. Maar er is natuurlijk ook geld nodig om huizen bij te bouwen en sneller te verduurzamen. We doen een beroep op het kabinet om die investeringen mogelijk te maken.’

Landelijk kader met ruimte voor lokale afspraken

De Woonbond en Aedes hebben gekozen voor een landelijk kader voor het huurbeleid, waarbinnen enige ruimte is om lokaal te variëren. Dat kan alleen als lokale partijen (huurders, corporaties en gemeenten) daar in overleg voor kiezen op basis van de situatie van de woningmarkt in de regio. De afspraken uit het Sociaal Huurakkoord zijn als volgt:

De huurprijzen van sociale huurwoningen van een corporatie kunnen gemiddeld maximaal met inflatie stijgen.  Dat is een procent lager dan nu het geval is. De huurstijgingen worden hierdoor verder afgeremd. Het gaat hier om de stijging van de huurprijzen van een corporatie bij elkaar (de huursom). Corporaties hebben ook de mogelijkheid bij sommige huizen de huur iets meer of minder te verhogen, bijvoorbeeld als die huur relatief laag of hoog is voor de kwaliteit van het huis.

De huur wordt niet verhoogd (‘bevroren’) bij huurders die een huur hebben die relatief te hoog is in relatie tot hun inkomen.

Huurders die een huurprijs boven de sociale huurgrens (€710,68 in 2018) betalen en een inkomensdaling hebben gehad, krijgen huurverlaging.

De komende jaren moeten er miljoenen huurwoningen worden verduurzaamd. Bij verduurzamende renovaties spreken Woonbond en Aedes af dat de gemiddelde reële besparing op de energierekening hoger is dan de stijging in huur of servicekosten bij renovatie. Zo verwachten we dat huurders er bij verduurzaming op vooruit gaan, doordat de woonlasten dalen.

Corporaties, huurdersorganisatie en gemeente kunnen afspreken dat er extra ruimte nodig is om de huur te verhogen. Dat kan met maximaal 1 procent. Bijvoorbeeld als er geld nodig is om in de regio nieuwe huizen te bouwen, maar de corporatie onvoldoende investeringscapaciteit heeft.

Als er een nieuwe huurder in een huis komt, kunnen corporaties de huur opnieuw vaststellen, passend bij het huis en het inkomen van de nieuwe huurders.