Huurverhoging sociale huurwoningen 2022 bekend

De meeste huurders van een sociale huurwoning kunnen vanaf juli 2022 een huurverhoging krijgen van maximaal 2,3%. De huurverhoging is beperkt tot het gemiddelde jaarinflatiepercentage tot december 2021. Tot 1 juli 2022 mogen de huren van sociale huurwoningen niet verhoogd worden. Huurders worden zo beschermd tegen al te hoge huurprijsstijgingen, en tegelijkertijd krijgen verhuurders de mogelijkheid om de kosten die ook voor hen stijgen door onder meer de ontwikkeling van de inflatie, alsmede noodzakelijke investeringen in nieuwbouw en verduurzaming, te kunnen dekken. Zo kunnen zij hun volkshuisvestelijke taken goed blijven uitvoeren.

Huurders kunnen op Rijksoverheid.nl checken of ze een sociale huurwoning of een vrijesectorwoning huren.

Verhoging huur kamers, woonwagens en standplaatsen

Voor onzelfstandige woningen (kamers), woonwagens en standplaatsen is de toegestane huurverhoging vanaf 1 juli 2022 maximaal 2,3%. Verhoging huur zelfstandige woningen Voor de meeste sociale huurwoningen is de huurverhoging vanaf 1 juli 2022 maximaal 2,3 %. Het maakt niet uit of de huurder de woning huurt van een woningcorporatie of particuliere verhuurder. In twee situaties kunnen huurders van een zelfstandige sociale woning een hogere huurverhoging krijgen:

  1. Een hogere huurverhoging voor huren die nu lager zijn dan € 300 per maand; voor deze woningen is een huurverhoging van maximaal € 25 toegestaan. Dat is hoger dan 2,3%. Met deze hogere huurverhoging kunnen verhuurders zeer lage huren versneld verhogen. Hierbij speelt de hoogte van het inkomen van de huurder(s) geen rol. Reden is dat de verhuurder een huur kan gaan vragen die beter past bij de kwaliteit van de woning. De huurverhoging is maatwerk: de verhuurder mag deze huurverhoging voorstellen maar het is geen verplichting.
  2. Een hogere huurverhoging voor huurders met een hoger inkomen Verhuurders kunnen huurders met een hoog (midden)inkomen in een sociale huurwoning een hogere huurverhoging van maximaal € 50 of € 100 voorstellen. Daarmee kunnen ze een huur vragen die beter past bij de kwaliteit van de woning. Voor huishoudens met een hoger middeninkomen mag de huurverhoging maximaal € 50 zijn. Voor huishoudens met een hoog inkomen mag de huurverhoging maximaal € 100 zijn. De hogere huurverhoging mag worden toegepast vanaf een bepaald inkomen. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal bewoners. Een huishouden met meerdere bewoners is vaak meer kwijt aan vaste lasten. Daarom geldt voor meerpersoonshuishoudens een hogere inkomensgrens dan voor eenpersoonshuishoudens. Om te bepalen of iemand de hogere huurverhoging krijgt, wordt in 2022 gekeken naar het bij de Belastingdienst bekende inkomen van 2020.

Inkomensindicaties opvragen: portaal Belastingdienst geopend Woningcorporaties kunnen inkomenscategorieën opvragen bij de Belastingdienst om de inkomensafhankelijke huurverhoging te bepalen. Ze doen dit via: Portaal voor inkomensafhankelijke huurverhoging (belastingdienst.nl)

Overzicht: toegestane huurverhoging per 1 juli 2022 voor zelfstandige sociale huurwoningen

*) Zolang de huur door de huurverhoging niet boven de maximale huurprijsgrens van de woning komt. De maximale huurprijsgrens van de woning wordt bepaald door het woningwaarderingsstelsel (puntensysteem).

Sociale (gereguleerde) of vrije sector?

Op Rijksoverheid.nl kunnen verhuurder en huurder checken of een woning binnen de gereguleerde of vrije sector valt.

Huurverhoging vrije sector

Voor zelfstandige woningen in de vrije sector geldt een maximale huurverhoging van het inflatiepercentage + 1%. In 2022 komt dat neer op een toegestane huurverhoging van maximaal 3,3%. Deze maximaal toegestane verhoging geldt van 1 januari 2022 tot 1 januari 2023.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Samen werken aan een beter thuis: zo doen we dat

Wonen in een fijne woning in een leefbare wijk, waar we voor elkaar zorgen en waar je zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen. Een utopie voor de een, een missie voor de ander. De sleutel tot dit succes is een gedeelde visie, gepaard met prestatieafspraken. Daarom hebben tien organisaties uit de Actieagenda Wonen de handen ineengeslagen om leefbare en vitale wijken mogelijk te maken.

Goed wonen in leefbare wijken vraagt om het combineren van sociale maatregelen en fysieke ingrepen. Wonen, zorg, welzijn, veiligheid en de fysieke leefomgeving zijn onlosmakelijk met elkaar en met leefbaarheid verbonden. Mensen krijgen meer perspectief als ze in een draagkrachtige omgeving wonen met een goede sociale en fysieke infrastructuur en als ze voldoende mogelijkheden hebben tot laagdrempelige participatie. Dit geldt bij uitstek voor mensen die kwetsbaar zijn of een zorgbehoefte hebben. Zo maken we wijken leefbaar, bevorderen we sociale cohesie en voorkomen we veel zorg- en hulpvragen. In veel wijken vraagt leefbaarheid extra aandacht

Magazine zo doen we dat!

Om samenwerking verder te stimuleren heeft de coalitie een digitaal magazine gemaakt, waarin we twaalf voorbeelden laten zien waarvan we zeggen: “Zo doen we dat! Zo werken we samen!”. Sommige voorbeelden zijn al ver doorontwikkeld met mooie resultaten. Andere staan nog midden in de klei van het polderlandschap van Nederland.

Maar wat al deze voorbeelden gemeen hebben is dat er een samenwerking is gestart tussen verschillende partners waarbij de behoefte van de bewoner centraal staat en waar stappen vooruit worden gezet. Voor mensen die een psychische kwetsbaarheid hebben is het daarbij belangrijk dat ze hun buren kennen en dat deze buren weten wat er speelt. Maar ook dat de zorginstelling betrokken blijft zolang het nodig is en de andere partners in de wijk kent.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

BZK: nieuwe wetten en wijzigingen per 1 januari 2022

Hieronder treft u een overzicht aan van de belangrijkste wetten en wijzigingen op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die per 1 januari 2022 in werking treden.

Gewijzigde Woningwet

Vanaf 1 januari 2022 geldt de aangepaste Woningwet waarmee corporaties, huurdersorganisatie en gemeenten aan de slag kunnen met het toewijzen en verduurzamen van (gereguleerde) huurwoningen en de leefbaarheid. Onnodige details zijn geschrapt en regels zijn vereenvoudigd of verduidelijkt. Woningbouwcorporaties kunnen meer doen op maatschappelijk vlak. Zo vervalt het maximum investeringsbedrag voor leefbaarheid, mogen corporaties bij het verduurzamen van hun bezit de direct betrokken particuliere eigenaren ontzorgen en wordt de gemeentelijke woonvisie verplicht. Ook zijn er aanpassingen in het passend toewijzen, de tijdelijke huurcontracten voor flexwoningen en de vrije toewijzingsruimte voor vrijkomende huurwoningen.

Meer informatie over de Woningwet per 2022.

Beperkte huurverhoging vrije sector en huurbevriezing sociale huur

Voor de vrije sector wordt de jaarlijkse huurverhoging voor tot mei 2024 wettelijk beperkt tot inflatie plus 1%-punt. Voor huurwoningen in de vrije sector geldt vanaf 1 januari 2022 een verhoging van maximaal 3,3%. De huren in de gereguleerde sector zijn bevroren tot 30 juni 2022.

Verruiming recht op huurtoeslag in twee situaties

Vanaf 1 januari 2022 zijn er twee verruimingen die huurders recht geven op huurtoeslag en/of behouden ervan. Een huishouden waarbij een minderjarig kind (nog) geen verblijfsvergunning heeft, behoudt het recht op huurtoeslag. Dit betekent dat huurtoeslag niet meer wordt teruggevorderd als het minderjarige kind geen geldige verblijfsvergunning (meer) heeft. Ook wordt per 1 januari 2022 recht op huurtoeslag verruimd in situaties waarin de huur stijgt tot boven de huurtoeslaggrens. Met deze versoepeling is er recht op behoudt van huurtoeslag, ook als de maand voorafgaand een te hoog inkomen of vermogen bestond. Huurders komen dan opnieuw in aanmerking voor huurtoeslag als hun inkomen of vermogen weer daalt, mits er wel ooit recht op huurtoeslag heeft bestaan op de betreffende woning.

Meer informatie : Huurverhoging vrije sector in 2022 maximaal 3,3%

Verhuurderheffing en afspraken corporaties

Om de verhuurders tegemoet te komen voor de effecten van de huurbevriezing, compensatie te bieden voor de aanscherping van renteaftrekbeperking en vanwege de algemene tariefverlaging wordt het tarief van de verhuurderheffing verlaagd. Het nieuwe tarief in 2022 wordt 0,332%. De verhuurderheffing wordt hierdoor in 2022 met € 831 miljoen verlaagd. In combinatie met de verlaging van de verhuurderheffing in 2022 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met Aedes afspraken gemaakt over de inzet van de extra investeringsruimte. De afspraken gaan over het uitfaseren van alle sociale huurwoningen met een slecht energielabel (E, F, G), de bouw van meer sociale huurwoningen en de bouw van tijdelijke- flexwoningen, geclusterde woonvormen voor ouderen en het ombouwen van panden naar woningen.

In het gepresenteerde coalitieakkoord is opgenomen dat het nieuwe kabinet de verhuurderheffing per 2023 afschaft.

Opkoopbescherming

Om woningzoekenden meer kans te geven op een betaalbare koopwoning, kunnen gemeenten vanaf 1 januari 2022 een opkoopbescherming invoeren. Dit kan in gebieden of buurten waar schaarste is aan goedkope en middeldure koopwoningen, of wanneer de leefbaarheid van een buurt onder druk staat door het opkopen van woningen voor de verhuur. Gekochte woningen kunnen dan enkel in uitzonderingsgevallen verhuurd worden.

Meer informatie over Opkoopbescherming

Nieuwsbericht: Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht woningcorporaties nu breder toepasbaar

Energielabel noemen bij verkoop en verhuur woning

Per 1 januari 2022 moeten verkopers en verhuurders bij de verkoop of verhuur van hun woning of gebouw het energielabel ook tonen in advertenties (bijvoorbeeld via Funda of de makelaar). De tijdelijke opschorting van de handhaving op deze zogeheten advertentieplicht komt daarmee te vervallen.

Meer informatie: Energielabel woningen

Verduurzaming van woningen

Vanaf 1 januari 2022 wordt de subsidie bij twee verduurzamingsmaatregelen voor woningen verhoogd. Woningeigenaren en VvE’s krijgen dan in plaats van zo’n 20% ongeveer30% terug op hun investering. De subsidie kan besteed worden aan twee isolatiemaatregelen of een combinatie van een isolatiemaatregel met een (hybride warmtepomp).

Meer informatie over subsidies voor verduurzaming: Subsidies verduurzamen woning

Meer informatie ISDE voor woningeigenaren: Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) aanvragen

Meer informatie SEEH voor VvE’s: Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor VVE

Meer aftrek voor milieuvriendelijke investeringen

Het kabinet verhoogt vanaf 1 januari 2022 de aftrekpercentages voor milieuvriendelijke investeringen. Het wordt daarmee aantrekkelijker voor organisaties om te investeren in duurzaamheid. De milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt per 2022 verhoogd naar drie aftrekpercentages, afhankelijk van het bedrijfsmiddel: 27%, 36% en 45%. Op de Milieulijst staat aangegeven welk percentage geldt voor welk bedrijfsmiddel.

Meer informatie: Meer belastingvoordeel voor milieuvriendelijke investeringen in 2022

Gemeentelijke herindelingen

Per 1 januari treden er vier gemeentelijke herindelingen in werking. Het gaat om twee samenvoegingen in de provincie Noord-Holland en twee in de provincie Noord-Brabant: Beemster & Purmerend, Heerhugowaard & Langedijk, Landerd & Uden en het vijftal Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. De herindeling Amsterdam en Weesp gaat op verzoek van de gemeenten niet in op 1 januari 2022, zoals gebruikelijk, maar op 24 maart van dat jaar. Hierdoor kunnen de herindelingsverkiezingen samenvallen met de reguliere (landelijke) raadsverkiezingen. Het aantal gemeenten in Nederland komt hiermee op 1 januari 2022 op 345. En per 24 maart op 344.

  • Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Meerderjarige inwonende kinderen houden dak boven hoofd na overlijden ouders

Meerderjarige inwonende kinderen hoeven na het overlijden van hun ouder(s) niet langer binnen twee maanden de ouderlijke huurwoning te verlaten. Daartoe werkt de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister voor Rechtsbescherming aan een ontwerpregeling. Ook krijgen woningcorporaties de mogelijkheid om achterblijvende volwassen kinderen een tijdelijk huurcontract van maximaal 2 jaar aan te bieden. En er is in een gedragscode voor verhuurders vastgesteld hoe zij deze jongvolwassenen moeten helpen met huisvesting en maatschappelijke ondersteuning.

Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De minister geeft daarmee gehoor aan een motie van het Kamerlid Koerhuis (VVD) om knellende regels aan te pakken rond de huisvesting van inwonende meerderjarige kinderen na het overlijden van hun ouders.

Jongvolwassenen die hun hurende ouders verliezen, kunnen in een lastige situatie komen omdat zij niet zomaar het huurcontract van hun ouders kunnen ‘erven’. In de meeste gevallen moeten volwassen wezen dan ook ‘van rechtswege’ binnen twee maanden na het overlijden van hun ouders de woning verlaten. Naar schatting gaat het jaarlijks om enkele tientallen gevallen.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken: “Jongvolwassenen die hun ouders verliezen moeten zich kunnen richten op het verwerken van het verlies. Dankzij deze afspraken kunnen zij langere tijd in de ouderlijke woning blijven wonen en hoeven zij zich geen zorgen te maken over hun woonsituatie. Dat geeft meer rust en komt ten goede aan het rouwproces. Ik ben blij dat we samen met de verhuurders deze afspraken hebben kunnen maken.”

Aangepaste regels

In de sociale huursector is de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) aangepast. Meerderjarige inwonende wezen behoren nu tot een van de specifiek aangewezen doelgroepen die in aanmerking komt voor een tijdelijk huurcontract, zodat corporaties meerderjarige wezen meer tijd kunnen geven om keuzes te maken over hun toekomst.

Gedragscode

Verder is er door het ministerie, Aedes, de VNG, verhuurders en experts een gedragscode opgesteld. Daarin is vastgelegd wat verhuurders doen om meerderjarige wezen te ondersteunen in de moeilijke periode dat zij hun ouder(s) hebben verloren. Uitgangspunt van de gedragscode is dat verhuurders maatwerk bieden om te zorgen dat een meerderjarige wees niet op straat komt te staan. Een tijdelijk contract kan hierbij helpen. De verhuurder moet daarnaast zorgen voor passende huisvesting en waar nodig ook de huurprijs aanpassen om een woning betaalbaar te maken.

Wettelijke regeling in de maak

Verder werkt de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister voor Rechtsbescherming aan een ontwerp van een wettelijke regeling die jongvolwassen wezen de mogelijkheid biedt om langer in de ouderlijke huurwoning te blijven wonen, zonder dat de verhuurder daarmee hoeft in te stemmen. Het is de bedoeling dat de regeling zowel in de sociale huursector als de private huursector gaat gelden.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Gezinnen sneller in aanmerking voor sociale huurwoning

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om meerpersoonshuishoudens sneller in aanmerking te laten komen voor een sociale huurwoning van een woningcorporatie. Ook het wetsvoorstel om huurders een tijdelijke huurkorting te geven is door de Tweede Kamer aangenomen. De wetsvoorstellen worden binnenkort behandeld in de Eerste Kamer.

Gezinnen

De grens voor meerpersoonshuishoudens wordt vanaf 2022 voor drie jaar verhoogd (grenzen 2020: van 39.055 euro naar 43.126 euro). Gezinnen met een laag middeninkomen voor wie het aanbod in de vrije sector onvoldoende aansluit bij hun financiële mogelijkheden, krijgen nu meer kansen om een betaalbare woning te vinden. De grens voor eenpersoonshuishoudens blijft 39.055 euro.

Maatwerk

Woningcorporaties krijgen daarnaast vanaf 2022 meer ruimte om lokaal maatwerk toe te passen op het moment dat daar behoefte aan is. Dit maakt het mogelijk om in gemeenten waar de druk op de woningmarkt groot is, alsnog een sociale huurwoning toe te wijzen aan bijvoorbeeld een leraar of verpleegkundige die een inkomen heeft net boven de vastgestelde inkomensgrens. De zogenoemde lokale vrije toewijzingsruimte was standaard 10%. Dit wordt 15% als daar behoefte aan is. Indien lokaal maatwerk niet noodzakelijk is, dan wordt de vrije toewijzingsruimte 7,5%.

Tijdelijke huurkorting

Het wordt mogelijk een tijdelijke huurkorting te geven aan huurders die bijvoorbeeld tijdelijk met financiële problemen kampen. Een huurder heeft bijvoorbeeld tijdelijk minder inkomen door het wegvallen van opdrachten door het coronavirus. In zo’n geval kan een tijdelijke huurkorting wat financiële lucht geven. Ook kan het een oplossing bieden aan huurders die voor een lange periode minder inkomen hebben, een tijdelijke huurkorting geeft de ruimte om te zoeken naar woning die beter past bij het nieuwe inkomensniveau.

Betere doorstroming

Mensen met een hoog inkomen (bijvoorbeeld meerpersoonshuishoudens met meer dan 2x modaal) mogen een huurverhoging van maximaal 100 euro krijgen. Zo draagt deze groep huurders bij aan het verbeteren, verduurzamen of betaalbaar houden van de huren voor mensen met een laag inkomen. Ze kunnen er ook voor kiezen om door te stromen naar een woning die beter bij hun inkomen past. Zo komen er eerder woningen vrij voor huizenzoekers die nu op de wachtlijst staan.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Huurcommissie kiest voor versnelde afhandeling verzoeken

De Huurcommissie gaat verzoeken van huurders en verhuurders schriftelijk afhandelen. Deze snellere procedure kan als er na onderzoek geen twijfel bestaat over de afhandeling van een geschil. Een zitting is dan niet nodig en dat spaart tijd. Huurder en verhuurder krijgen meteen een uitspraak van de voorzitter van de commissie. Als ze het niet eens zijn met de uitspraak, dan kunnen ze de Huurcommissie vragen om opnieuw naar de zaak te kijken.

Voor de aanpak van de achterstanden werkt de Huurcommissie tijdelijk met een keuzebrief voor andere procedures. Huurders en verhuurders kunnen de gewenste afhandeling doorgeven, waaronder: een schriftelijke uitspraak van de voorzitter op basis van het onderzoeksrapport. De verwachting is dat de Huurcommissie begin volgend jaar meer zaken kan afdoen met deze aanpak.

Parallel werkt de Huurcommissie aan diverse maatregelen om de procedures gebruiksvriendelijker en duidelijker te maken voor huurders en verhuurders. Zoals vereenvoudiging van formulieren. Ook volgt invoering van online betalen van de leges en betere voorlichting op de website.

Dit is één van de maatregelen die de Huurcommissie neemt om de wachttijd op een uitspraak in te korten. Op dit moment is de werkvoorraad nog zo’n 10.500 verzoeken, dit moeten er weer circa 5.000 worden aan het einde van het tweede kwartaal van 2021. Per januari 2022 moeten alle zaken weer binnen de wettelijke doorlooptijd behandeld zijn. Vaak is dit vier maanden.

De Huurcommissie is een onpartijdige organisatie voor huurders en verhuurders. De Huurcommissie helpt bij het oplossen van geschillen. Op de website van de Huurcommissie staat meer informatie over alle maatregelen uit het actieplan ‘Aanpak achterstanden’. https://www.huurcommissie.nl/nieuws/bericht/huurcommissie-kiest-voor-versnelde-afhandeling-verzoeken

Dit is een publicatie van “de Nieuwe Wind”!

Hernieuwde afspraken met verhuurders over maatwerk

Een prettige woonplek is in deze coronacrisis extra belangrijk. Daarom hernieuwen minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de verhuurdersorganisaties, brancheverenigingen (Aedes, IVBN, Kences, Vastgoed Belang) en de VNG de afspraken over huisuitzettingen die op 26 maart 2020 zijn gemaakt. Dit houdt in dat huisuitzettingen als gevolg van betalingsachterstanden in deze periode zoveel mogelijk worden voorkomen. We hebben gezien dat de inspanningen van de verhuurders effect hebben gehad. Het aantal huisuitzettingen nam de eerste helft van het jaar met meer dan de helft af. De woonpartijen vertegenwoordigen ruim 80% van de huurhuizen in Nederland.

Maatregelen die het kabinet heeft genomen om ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen in de financiële problemen komen, worden voortgezet. Verhuurders spannen zich binnen hun mogelijkheden in om samen met huurders tot maatwerkafspraken te komen om deze periode te overbruggen. Denk aan het tijdelijk opschorten van de huur of het treffen van een betalingsregeling. Ook worden huisuitzettingen zoveel mogelijk uitgesteld. Tenzij het bijvoorbeeld gaat om uitzettingen naar aanleiding van criminele activiteiten of extreme overlast. Het statement loopt tot januari 2021. Daarna zullen de betrokken partijen de situatie weer evalueren en beslissen of opnieuw een hernieuwing van dit statement noodzakelijk is. Het volledige statement leest u hier:

Gezamenlijk statement verhuurders over huisuitzettingen tijdens tweede coronagolf

  • Partijen (BZK, Aedes, IVBN, Vastgoed Belang, Kences en VNG) hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om huurachterstanden in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren en daarbij oplossingen te bieden, zodat huisuitzettingen als gevolg van huurachterstanden worden voorkomen. Dit geldt zeker ook nu het corona-virus zich opnieuw snel verspreidt en er sprake is van een ‘gedeeltelijke lockdown’. Partijen hernieuwen hun statement ten aanzien van huisuitzettingen van 26 maart 2020.
  • Ook nu is inkomensondersteuning door de overheid voor mensen die vanwege inkomensterugval door corona in financiële problemen komen aan de orde.
  • Het kost tijd voordat deze ondersteuning is geregeld en mensen daadwerkelijk financiële ondersteuning ontvangen en in sommige situaties kunnen huurders deze periode niet financieel overbruggen. In die situaties spannen verhuurders zich maximaal in binnen hun mogelijkheden om te zoeken naar maatwerkoplossingen voor huurders die in de betalingsproblemen zijn gekomen door het coronavirus. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit aan type verhuurders en de mogelijkheden die zij hebben.
  • De oorzaak en de aard van de betalingsproblemen bij huurders zijn divers. Hierbij moet worden aangetekend dat verhuurders niet altijd een oplossing kunnen bieden omdat dit buiten hun mogelijkheden ligt. Het is daarbij belangrijk onderscheid te maken tussen huurders met een tijdelijke of een structurele inkomensterugval.
  • Er zijn verschillende oplossingen mogelijk, afhankelijk van de behoefte en situatie van de huurder die geconfronteerd wordt met het op een later moment of minder ontvangen van inkomen.
  • Verhuurders, gemeenten en de Rijksoverheid zullen huurders opnieuw proactief wijzen op de mogelijkheden voor inkomensondersteuning door de overheid.
  • Waar mogelijk bieden verhuurders tijdelijke oplossingen aan zoals betalingsregelingen, uitstel van huurbetaling, of een huurkorting.
  • Waar mogelijk bemiddelen verhuurders huurders die door een structurele inkomensdaling te duur wonen naar andere woonruimte binnen hun portefeuille.
  • Verhuurders voorkomen huisuitzettingen door huurachterstanden, tenzij:
  • Verhuurders niet in contact kunnen komen met huurders, huurders medewerking aan een betalingsregeling en/of een aanbod van een goedkopere woning of voor schuldhulpverlening weigeren
  • Er sprake is van (extreme) woonoverlast en/of criminele activiteiten
  • Er sprake is van een huurachterstand die zo problematisch is dat er geen perspectief is, ondanks ingezet instrumentarium in de vorm van maatwerk van de verhuurder of van schuldhulpverlening.
  • Door inkomensverlies getroffen huurders zullen actief moeten zoeken naar mogelijkheden die een oplossing kunnen bieden voor hun financiële situatie door bestaande mogelijkheden aan te spreken, zoals het aanvragen van bijstand, een uitkering bij het UWV of het aanpassen van toeslagen.
  • Verhuurders roepen hun huurders op om actief contact met hun verhuurder te zoeken indien zij (verwachten) in betalingsproblemen (te) komen. Wanneer verhuurders constateren dat een aantal huurders niet reageert op contactverzoeken ondanks oplopende huurachterstanden, kan het opstarten van een procedure een mogelijkheid zijn om te trachten met de betreffende huurders in contact te komen. Daarbij zal een rechter de verschillende belangen en risico’s wegen in het komen tot een eventueel vonnis.
  • Verhuurders voeren een maatschappelijk verantwoord incassobeleid. Door snel telefonisch of schriftelijk contact te leggen of – indien mogelijk – op bezoek te gaan bij de eerste signalen van huurachterstanden, kan in een vroeg stadium een oplossing worden gezocht.
  • Verhuurders houden de vinger aan de pols in de aanloop naar de uitvoering van huisuitzettingen. Dit betekent dat wanneer het mogelijk is huurder en verhuurder zich inzetten om alsnog de huisuitzetting te voorkomen. Overwogen kan worden om een laatste kans contract in te zetten.
  • Gemeenten zoeken met de huurder naar een passende oplossing wanneer huurders zich melden met financiële vragen, betalingsproblemen of in beeld komen op basis van vroegsignalering. Hierbij kan gedacht worden aan schuldhulpverlening of het verstrekken van bijzondere bijstand.
  • Het statement geldt in principe tot januari 2021. In januari herijken de partijen in hoeverre het statement aanpassing behoeft. Daarbij wegen zij de dan geldende omstandigheden van de verspreiding van het virus, de maatregelen, en de effecten van de versnelde schuldhulpverlening voortkomend uit de wijziging van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

Ondersteuning door:

  • Aedes
  • IVBN
  • Kences
  • Vastgoed Belang
  • VNG
  • Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De Woonbond, als belangenvereniging van de Nederlandse huurders, en de LSVb, als vertegenwoordiging van studenten, zijn geconsulteerd en onderschrijven het belang van een gezamenlijk statement van verhuurders en gemeenten om huisuitzettingen ten gevolge van de coronacrisis zo veel mogelijk te voorkomen.

Verlenging tijdelijke huurcontracten

De minister maakt het daarnaast mogelijk om tijdelijke huurcontracten te verlengen voor een tijdelijke periode. Dit houdt in dat huurder en verhuurder samen overeen kunnen komen of een tijdelijke verlenging mogelijk en wenselijk is. Dit geeft huurders voor wie het lastig is om nu een nieuwe woning te vinden meer tijd en ruimte voor deze zoektocht.

Vroegsignalering

Vanaf 1 januari 2021 gaat de wetswijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in. De wijziging geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met onder andere verhuurders. Verhuurders moeten gemeenten informeren als een huurder betalingsachterstanden heeft en het zoeken van persoonlijk contact niet tot een oplossing heeft geleid. Hierdoor krijgen gemeenten inwoners met schulden tijdig in beeld en kunnen zij schuldhulpverlening aanbieden. In de aanloop daartoe sluiten verhuurders en gemeenten zich al aan bij dit statement.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Ruim 51.000 woningen erbij dankzij woningbouwimpuls

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de eerste woningbouwprojecten bekendgemaakt die een financiële bijdrage krijgen vanuit de woningbouwimpuls. Ruim 51.000 woningen, binnen 27 projecten, kunnen nu gebouwd worden door een investering van 290 miljoen euro van het Rijk. Gemeenten en provincies dragen 331 miljoen euro bij om het financieel tekort op te lossen. De woningen kunnen nu versneld gebouwd worden, zijn betaalbaarder of er komen er meer dan oorspronkelijk gepland. De bouw van het merendeel van de projecten start al in 2021.

Minister Ollongren: “Dit resultaat overtreft al mijn verwachtingen. Het is goed om te zien dat het zoveel gemeenten is gelukt om in korte tijd een kwalitatief goede aanvraag in te dienen die de toets kon doorstaan. Ruim 51.000 woningen erbij is een stevige bijdrage om het woningtekort in te lopen. Om starters en mensen met lagere inkomens meer kansen op de woningmarkt te geven moeten er sneller en meer betaalbare woningen gebouwd worden. En dit is nog maar een eerste deel van de toewijzingen die ik ga doen. Nu moet zo snel mogelijk de schop in de grond om die 51.000 woningen te bouwen.”

Woningbouwimpuls

In 2019 heeft het kabinet 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de woningbouwimpuls. De doelstelling van de impuls is om bij te dragen aan de bouw van ten minste 65.000 woningen. De woningbouwimpuls is daarmee een van de middelen om de bouw van woningen aan te jagen. Het tekort is immers groot en tot 2030 bedraagt de bouwopgave 845.000 woningen. Het kabinet blijft daarom investeren om die bouwopgave ook voor elkaar te krijgen. De woningen die een bijdrage krijgen uit de woningbouwimpuls moeten er sneller komen, betaalbaarder zijn of er moeten meer woningen gebouwd worden dan zonder bijdrage het geval zou zijn geweest. De eerste 290 miljoen euro is nu toegezegd en levert dus al 51.000 woningen op. In oktober kunnen gemeenten projecten indienen voor de tweede ronde van de woningbouwimpuls. Ook daarna zullen de gemeenten nog verschillende kansen krijgen om projecten in te dienen voor een bijdrage uit de impuls.  

Het gaat om projecten die zonder financiële impuls niet van start kunnen gaan doordat er een publiek financieel tekort is. Dat tekort komt door het grotere aandeel betaalbare woningen en door maatregelen die nodig zijn om de bouw van woningen mogelijk te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het saneren van grond, het uitplaatsen van bedrijven, het goed inrichten van de openbare ruimte of het zorgen voor een goede ontsluiting met het openbaar vervoer.

Betaalbaar en divers

Van de 51.000 woningen die gebouwd gaan worden, valt 65% in de categorie betaalbaar (32.579 woningen). Dit zijn woningen bedoeld voor de sociale huursector, middenhuur en betaalbare koopwoningen. Veel projecten hebben daarnaast speciale aandacht voor woningen voor starters, senioren, studenten en aandachtsgroepen. De projecten zijn verdeeld over het land, waarbij 21 projecten zich bevinden in de woondealregio’s met projecten in onder andere Den Haag, Utrecht en Arnhem/Nijmegen. Dat zijn de regio’s waar de minister al eerder afspraken mee heeft gemaakt over de uitbreiding van de woningbouw. Daarnaast krijgen projecten in Alkmaar, Breda, Deventer, Enschede, Harderwijk en Hoorn een bijdrage uit de woningbouwimpuls. Ook het type projecten is divers. Zo wordt in Rijswijk een verouderd winkelcentrum getransformeerd tot woon-werklocatie met 1.400 woningen, worden in het stationsgebied van Nijmegen 670 huizen bijgebouwd en in Eindhoven gaat het om een project met 700 tijdelijke woningen.

Afgewezen projecten kansrijk

Het toewijzen van projecten is een zorgvuldig proces geweest met een externe toetsing door een onafhankelijke commissie. Het merendeel van de ingediende plannen waren volgens de commissie kwalitatief goede aanvragen. De commissie heeft de minister laten weten dat zij verwacht dat de meeste projecten die nu als onvoldoende beoordeeld zijn, met enige aanpassingen kansrijk zijn voor de volgende ronde die in oktober start. De hoogte van de bijdrage was bijvoorbeeld onvoldoende onderbouwd of het project is nog niet ver genoeg uitgewerkt. Met deze gemeenten gaat de minister in gesprek en wordt de kennis van het Expertteam Woningbouw aangeboden.

Deze publicatie is afkomstig van de Nieuwe Wind