Groter deel inkomen gaat op aan huur

Door stijgende huurprijzen en een achterblijvende inkomensontwikkeling zijn huurders meer van hun inkomen kwijt aan hun huurwoning. Dat blijkt uit de recent gepubliceerde CBS-cijfers voor het driejaarlijkse Woononderzoek Nederland (WoON 2021).

De Woonbond vindt dat de huurprijsontwikkeling aan banden moet worden gelegd, omdat deze hoger is dan de inkomensstijging van huurders.

Stijgende huur

In 2021 betaalden huurders gemiddeld € 670,- per maand aan huur. Dat is 6% meer dan in 2018. Rekening houdend met de huurtoeslag betaalde de gemiddelde huurder in 2021 € 578,- per maand (netto huur), een toename van 8% ten opzichte van 2018. Het gemiddeld netto besteedbaar inkomen van huurders steeg iets minder hard dan de netto huur. De gemiddelde netto huurquote, het deel van het besteedbare inkomen dat wordt betaald aan netto huur, steeg daarmee van 25% naar 25,6%.

De bijkomende woonuitgaven, bestaande uit lokale belastingen en energielasten, zijn sinds 2018 iets gedaald. Daardoor daalde de ‘woonquote’, het deel van het besteedbaar inkomen dat wordt betaald aan de netto woonuitgaven, licht. Maar de gegevens die ten grondslag liggen aan dit driejaarlijkse Woononderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dateren van vóór de forse energieprijsstijgingen van de afgelopen maanden. De Woonbond waarschuwt daarom dat de woonquote bij veel hurende huishoudens helemaal niet gedaald zal zijn.

Huurders kunnen tegenvallers minder goed opvangen

Woonbonddirecteur Zeno Winkels: ‘De cijfers tonen aan dat de huren te hard stijgen ten opzichte van de loonontwikkeling. Dat kan niet zo door blijven gaan. Dat zorgt er namelijk ook voor dat huurders andere tegenvallende uitgaven, zoals nu bijvoorbeeld de stijgende prijzen voor energie en boodschappen, minder goed kunnen opvangen.’

Woonquote kopers en huurders

Huurders in de particuliere sector zijn het meest kwijt aan wonen. De woonquote is hier maar liefst 41,8%. Voor huurders bij een corporatie is dit 33,8% en voor kopers 23,4%. De huurprijzen in de particuliere huursector zijn dan ook fors gestegen de afgelopen jaren.

Aandeel private vrije huursector gestegen

Het aantal huurwoningen van commerciële aanbieders met een huurprijs boven de zogenaamde liberalisatiegrens (in 2022 ligt deze op €763,-) is met 44% toegenomen. Binnen dat segment nam het aantal private huurwoningen met een dure huur (vanaf € 1.000) het sterkst toe: van 136.000 in 2018 tot 239.000 in 2021 (+76%). Het aandeel van de private vrije huursector in de totale huurvoorraad steeg in die periode van 12% tot 18%.

Meer huurders wonen te duur

Het aantal huurders met een laag inkomen en te hoge huur is licht gestegen ten opzichte van 2018. Het gaat om 2021 om 353.000 hurende huishoudens.  De zogenaamde ‘goedkope scheefhuurders’ (huurders met een inkomen boven de lage inkomensgrens voor de inkomensafhankelijke huurverhoging en een huur onder de liberalisatiegrens) bewonen slechts zo’n 7% van de corporatiewoningen. Alhoewel in de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek een huurder die meer betaalt dan de liberalisatiegrens niet meer aangemerkt wordt als ‘scheefhuurder’ komen deze huurders krom genoeg nog steeds in aanmerking voor een forse inkomensafhankelijke huurverhoging.

Nog steeds veel woningen met schimmel

Maar liefst 72% van de huurders is tevreden met de kwaliteit van de woning. Toch zijn er ook veel woningen met problemen. Ook dit jaar was er in de CBS-enquête weer aandacht voor problemen met schimmel in de woning. Bij corporatiewoningen nam het aandeel huurders dat aangeeft last te hebben van vocht en/of schimmel in huis af van 28% in 2018 naar 24% in 2021. Bij private huurwoningen is een vergelijkbare verbetering te zien (van 27% naar 23%).

Schimmel door slechte ventilatie of doorslaand vocht

De badkamer is met afstand de plek in huis waar schimmel het vaakst voorkomt, gevolgd door de slaapkamer en woonkamer. Bij de helft van de woningen met schimmel zijn volgens de bewoners ventilatieproblemen (mede) de oorzaak. Doorslaand vocht van de muren/gevel is bij 31% een oorzaak van de schimmel. Er valt dus nog een flinke slag te maken in het aanpakken van woningkwaliteit.

Energielabel

Van de corporatiewoningen heeft 74% label A, B of  C. Dat was in 2015 nog 58%. Procentueel gezien zijn de slechtste labels te vinden in de private huursector. Daar heeft 34% energielabel D of lager. In de private huursector wonen vooral huishoudens met een laag inkomen in slecht geïsoleerd woningen.

Dit is een bericht van de Woonbond

Meer betaalbare woningen voor middeninkomens

Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge, heeft zijn plannen bekendgemaakt om meer mensen aan een betaalbare woning te helpen. Mensen met een middeninkomen vallen nu tussen wal en schip en mensen met een laag inkomen houden na het betalen van de huur soms te weinig over om van te leven. Daarom moeten er meer betaalbare woningen gebouwd worden en wordt de middenhuursector gereguleerd. Huurders en kopers worden beter beschermd.

Minister de Jonge: “Veel mensen kunnen geen betaalbare woning vinden of hebben te hoge woonlasten. Dat raakt aan de bestaanszekerheid van mensen. Daarom moeten er meer betaalbare woningen worden gebouwd, in het sociale segment maar zeker ook in het middensegment. En daarom reguleren we de middenhuur en worden huurders en kopers straks beter beschermd.”

Regulering middenhuur

Om huurwoningen voor middeninkomens betaalbaarder te maken worden aanvangshuren in het middenhuursegment gereguleerd. Een deel van de woningen die nu in de vrije huursector valt, valt daardoor straks onder de gereguleerde middenhuur. Straks bepaalt het woningwaarderingstelsel (het puntensysteem) de huurprijs zodat een huurder een eerlijke prijs betaald die past bij de kwaliteit van de woning. De exacte bovengrens van de regulering moet nog worden bepaald, maar komt tussen de 1.000 en 1.250 euro te liggen.

Het is belangrijk dat er voldoende aanbod aan middenhuur blijft en de regulering de bouw van middenhuurwoningen niet in de weg staat. Op dit moment wordt in drie gemeenten (Utrecht, Zwolle en Doetinchem) gekeken wat de effecten zijn van verschillende varianten van de regulering op onder andere de bouw van middenhuurwoningen. Op basis hiervan wordt de exacte vormgeving van de regulering bepaald, inclusief de bovengrens van de middenhuurregulering.

Veertig procent nieuwbouw voor middeninkomens

Er moet meer gebouwd worden voor midden- en lage inkomens. In het programma Woningbouw is aangekondigd dat er tot en met 2030 900.000 woningen gebouwd moeten worden. We streven regionaal na dat bijna veertig procent (350.000 woningen) van deze nieuw te bouwen woningen betaalbare koop of middenhuurwoningen zijn.

Het vergroten van het aanbod leidt ook tot een verbetering van de positie van koopstarters. Zij krijgen een extra duwtje in de rug door de inzet van goedwerkende- en nieuwe verkoopoplossingen. Door een handreiking aan gemeenten, ontwikkelaars en corporaties te doen kan het gebruik van verkoopoplossingen zoals KoopStart een impuls krijgen en leiden tot meer betaalbare koopwoningen. Met de introductie van een huisvestingsvergunning kunnen gemeenten bovendien betaalbare koopwoningen toewijzen aan mensen met een middeninkomen.

Een woning die past bij het inkomen

Een deel van de mensen met een laag inkomen zijn een te groot deel van hun inkomen kwijt aan de huur. Te hoge woonlasten worden aangepakt door huurstijgingen te beperken en door mensen een woning toe te wijzen die bij het inkomen past. Voor mensen met een laag inkomen verlagen we de huren. Hogere inkomens die in een goedkope sociale huurwoning wonen, kunnen een inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen.

Met Aedes, VNG en IPO worden prestatieafspraken gemaakt over onder andere de bouw en verduurzaming van woningen. Een nieuw Sociaal Huurakkoord met Aedes en de Woonbond over onder andere de jaarlijks maximaal toegestane huurverhoging wordt onderdeel van deze afspraken.

Vereenvoudiging huurtoeslag

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het toeslagenstelsel voor een deel van de mensen onzekerheid met zich meebrengt. We zetten daarom stevig in op het vereenvoudigen van de huurtoeslag.

Hiervoor worden onder andere genormeerde huren ingevoerd. De hoogte van de huurtoeslag is daarmee niet meer afhankelijk van de feitelijke huurprijs, maar gaat uit van een vast, genormeerd huurbedrag. Afhankelijk van het inkomen betalen mensen een eigen bijdrage, die van dit genormeerd huurbedrag af wordt getrokken. Wat overblijft is de te ontvangen huurtoeslag.

De maximale huurgrens wordt geschrapt. Zo kunnen meer huurders huurtoeslag krijgen. Daarnaast wordt de leeftijdsgrens voor jongeren verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar en vervalt de bijdrage aan de subsidiabele servicekosten.

Eind 2022 moet het wetsvoorstel klaar zijn en moet vanaf 2024 ingaan. De genormeerde huren worden geleidelijk ingevoerd over een periode van vijf jaar.

Betere bescherming koper en huurder

Kopers en huurders moeten goed beschermd worden. Er komt een landelijke norm om op een goede en verantwoordelijke manier met huurders om te gaan. Gemeenten kunnen inzetten op verbeterde huurprijsbescherming via gebiedsgerichte verhuurvergunningen met de voorwaarde dat de maximale huurprijzen worden gerespecteerd. Als vervolgstap moet het landelijk de norm worden dat verhuurders in de gereguleerde sector de maximale huurprijs van het woningwaarderingstelsel respecteren. Bij het kopen van een woning wordt certificering van het biedproces, en daarmee het gebruik van een (bied)logboek door makelaars, wettelijk verplicht. Daardoor wordt het koopproces transparanter en is er minder ruimte voor makelaars om niet integer te handelen.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Meer dan de helft van de gemeenten heeft te weinig sociale huurwoningen

Nieuwbouw van sociale huurwoningen in Nijmegen. Beeld Flip Franssen/HH
Nieuwbouw van sociale huurwoningen in Nijmegen.Beeld Flip Franssen/HH

Twee derde van de gemeenten voldoet bij lange na niet aan de eis van het kabinet om 30 procent van de woningen beschikbaar te hebben voor sociale huur, blijkt uit onderzoek van Trouw.

Hanne Obbink26 maart 2022, 01:00

Het is een nauwelijks opgemerkte passage tussen alle andere woningmarktplannen die minister Hugo de Jonge (volkshuisvesting) twee weken geleden naar de Tweede Kamer stuurde: in elke gemeente moet minstens 30 procent van alle woningen in de categorie ‘sociale huur’ vallen.

Dat wordt een bijzonder zware opdracht, blijkt uit berekeningen van Trouw. Want bijna twee derde van de gemeenten haalt die 30 procent niet. Vaak zelfs bij lange na niet: 40 procent van de gemeenten heeft minder dan een kwart sociale huur, bijna een op de zeven blijft zelfs onder de 20 procent steken.

Het streefcijfer van De Jonge is vooral ingegeven door zorgen om zogeheten aandachtsgroepen op de woningmarkt: statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, maar ook ouderen die ooit zorg nodig zullen hebben en studenten. Voor deze specifieke groepen is het vaak extra lastig om een huis te vinden. De minister wil dat “alle gemeenten een fair share van deze huishoudens huisvesten”. https://datawrapper.dwcdn.net/H7PX5/6/

Wrijving tussen gemeenten

Die laatste opmerking komt niet uit de lucht vallen. Gemeenten hebben er baat bij om deze kwetsbare groepen juist níét onder dak te brengen, stelde een werkgroep van vijf ministeries, gemeenten en woningcorporaties vorig jaar al vast. Deze mensen hebben namelijk niet zelden zorg nodig, en dat kost gemeenten geld.

Deze kwestie leidt soms tot wrijving tussen gemeenten. De grotere zitten met hun sociale huurwoningen meestal boven de grens van 30 procent. Maar veel omliggende gemeenten houden de boot af voor deze groepen woningzoekenden. Tot ergernis van de steden.

Sowieso is de markt voor betaalbare huurwoningen bijzonder krap, niet alleen voor deze specifieke groepen. Het aantal sociale huurwoningen neemt al jaren gestaag af en zittende bewoners stromen nauwelijks door. In 2015 konden corporaties nog 210.000 woningen toewijzen aan nieuwe huurders, in 2020 nog maar 180.000. De wachtlijsten worden langer.

Goedkoopste woningen verdwijnen

Daar komt bij dat vooral de goedkoopste sociale huurwoningen snel verdwijnen, terwijl de kwetsbaarste groepen juist op die categorie zijn aangewezen. In drie jaar tijd nam het aantal corporatiewoningen met een huur tot 440 euro met 26.000 af, meldde de Autoriteit Woningcorporaties onlangs. Intussen kwamen er 28.000 duurdere woningen bij, met een huur van 670 tot 760 euro, de bovengrens voor de sociale huursector.

Minister De Jonge wil de 30 procentnorm opnemen in prestatieafspraken met gemeenten, provincies en corporaties. Als het een gemeente niet lukt om die norm te halen of als ze het niet nodig vindt, “vereist dat een goede uitleg”, meldt zijn woordvoerder.

Grote verschillen tussen gemeenten

In heel Nederland valt 34 procent van alle woningen in de categorie ‘sociale huur’, blijkt uit de berekeningen van Trouw. Maar de verschillen tussen gemeenten zijn groot. Groningen heeft het grootste aandeel: 57 procent. Met 5 procent heeft het piepkleine Rozendaal verreweg de minste sociale huurwoningen.

Bij zijn streven naar een minimum van 30 procent per gemeente rekent minister De Jonge alle woningen mee met een huur onder de 760 euro, de bovengrens in de sociale huursector. Hij telt dus ook woningen in het bezit van particulieren mee, als die onder die 760-eurogrens verhuurd worden. Woningen van corporaties die duurder zijn dan 760 euro worden juist niet meegerekend.

Op basis van De Jonges definitie van ‘sociale huur’ is Trouw gaan rekenen met als uitgangspunt cijfers uit de Lokale Monitor Wonen 2021, opgesteld op initiatief van onder meer de vereniging van gemeenten VNG en de vereniging van woningcorporaties Aedes.

De cijfers geven de stand van zaken van 31 december 2019 weer. Het is niet uitgesloten dat een enkele gemeente daarna extra sociale huurwoningen heeft gebouwd. Maar de landelijke trend laat iets anders zien: steeds minder sociale huur.

Lees ook:

Dit zijn de plannen van minister De Jonge voor de woningmarkt: vooral heel veel betaalbaar bouwen

Nederland bouwt te veel dure woningen, stelt minister Hugo de Jonge. Hij wil de koers verleggen: meer betaalbare nieuwbouw.

Dit is een artikel van het Dagblad Trouw

In gesprek met minister De Jonge over wooncrisis

3 februari 2022

Vandaag kwam minister voor Volkshuisvesting Hugo de Jonge langs bij de Woonbond om in gesprek te gaan over de belangrijkste thema’s in het aanpakken van de wooncrisis.

Minister De Jonge op de stoep bij de Woonbond na overleg met bestuur en directie.

De Jonge ging samen met enkele ambtenaren in gesprek met het bestuur van de Woonbond en directeur Zeno Winkels.

Betaalbaarheid

Dat gesprek ging over de zorgen over de betaalbaarheid van huurwoningen. Ook de jaarlijkse huurverhoging kwam aan bod. Omdat de huurprijzen voor veel huurders al te hoog zijn. De zorgen die spelen bij het oplopen van vaste lasten, nu de inflatie stijgt en bewoners dat al merken bij de hogere prijzen in de supermarkt en aan de oplopende energierekening. De Woonbond heeft in dit gesprek zijn standpunt over huurbevriezing verder uitgelegd.

Daarnaast is er gesproken over de nodige nieuwbouw, de inzet op leefbare wijken, het versterken van huurdersinspraak en het reguleren van huurprijzen in de vrije sector.

Goed gesprek

Zeno Winkels: ‘We kijken terug op een goed gesprek, waarin de grote thema’s en uitdagingen zijn besproken. We blijven graag in gesprek om te zorgen dat er beleid komt waar huurders en woningzoekenden mee geholpen zijn. Daar is nog veel te doen, want de problemen van de wooncrisis zijn levensgroot.’

Dat de zorgen groot zijn, blijkt ook uit de op stapel staande demonstraties. Zoals de Woonactie(externe link) in Delft op 6 februari.

Dit is een bericht van de Woonbond

Rutte IV wacht flinke klus

Samen met Hugo de Jonge als minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) werken meerdere nieuwe ministers van Rutte IV aan ‘wonen’. Dat is hard nodig want woningnood, stijgende woonlasten en verduurzaming vragen daadkracht.

Bewindspersonen Wonen
V.l.n.r.: Hugo de Jonge (Minister Volkshuisvesting), Rob Jetten (Minister Klimaat en Energie), Carola Schouten (Minister Armoedebeleid), Maarten van Ooijen (Staatssecretaris VWS)

Grote zorg blijven de hoge woonlasten. In het regeerakkoord is te weinig aandacht voor betaalbaar wonen voor lage én middeninkomens. Zo gaat de eigen bijdrage voor huurders met huurtoeslag omhoog en spreekt het regeerakkoord van het verhogen van huurprijzen voor middeninkomens in een sociale huurwoning tot de ‘marktconforme’ hoge huur. Dat betekent dat middeninkomens fikse verhogingen riskeren tot ver boven de sociale huurgrens. De Woonbond maakt zich hierover zorgen en roept De Jonge op te voorkomen dat deze huurders financieel knel komen te zitten. Het recht op betaalbaar wonen moet centraal staan in het komende beleid. Is jouw huur te hoog? Laat het weten via het Meldpunt Huuralarm van de Woonbond. 

Middenhuur beschermen

Rutte IV wil ‘middenhuurwoningen’ huurprijsbescherming bieden. Dit maakt wonen voor middeninkomens betaalbaarder én houdt het rendabel voor beleggers om in deze woningen te investeren. Helaas is nu nog onduidelijk hoe De Jonge dit voornemen uitwerkt. De Woonbond pleit er voor om de huurprijsbescherming zoals die nu geldt voor de sociale huursector voor dit segment te hanteren.

Armoede tegengaan

Met Carola Schouten als minister voor Armoedebeleid. De Woonbond wijst er op dat veel huurders een te groot aandeel van hun inkomen kwijt is aan huur. En terwijl veel lage inkomens nu al niet rond komen, wil dit kabinet de eigen bijdrage (het bedrag waar huurtoeslagontvangers geen huurtoeslag voor ontvangen) nog eens verhogen. Hierdoor gaan lage inkomens er op achteruit. De Woonbond roept Schouten dan ook op bij haar collega’s te wijzen op de negatieve uitkomsten van dit soort beleid, waarmee armere huishoudens geraakt worden. 

Bouwen en isoleren woningen

Met het verdwijnen van de verhuurderheffing in 2023 krijgen woningcorporaties meer geld beschikbaar voor sociale nieuwbouw en verduurzaming. Met alleen meer geld is het woningtekort niet opgelost. Het kabinet moet ook het milieu ontzien en stikstofuitstoot terugdringen. Christianne van der Wal-Zeggelink is minister voor natuur en stikstof. Samen met klimaatminister Rob Jetten zoekt zij naar mogelijkheden om sneller en duurzamer woningbouw te kunnen realiseren. Dat dat hard nodig is blijkt ook uit het aantal oplopende meldingen bij de Woonbond. Kom jij financieel klem door de energierekening? Meldt dit bij de Woonbond via het Meldpunt Energiealarm.

Dak voor daklozen

Maatschappelijke opvang en beschermd wonen vallen onder de verantwoordelijkheid van staatsecretaris Maarten van Ooijen. Aan hem de taak perspectief te bieden aan de vele daklozen in Nederland. Het CBS telde er in 2021 32.000 van hen. Hulpverleners vermoeden dat het daadwerkelijk aantal hoger ligt(externe link) dan de statistici kunnen turven.

Woonbond helpt

Dankzij meldingen van huurders en woningzoekenden heeft de Woonbond goed inzicht in de problemen die spelen. Daar spreekt de Woonbond politiek en beleidsmakers op aan. Ook vraagt de bond hiervoor aandacht via de pers. Jouw melding via Meldpunt Energiealarm of het Meldpunt Huuralarm helpen daarbij. Zit je om hulp verlegen en ben je lid van de Woonbond? Neem dan contact op met de Huurderslijn van de Woonbond voor passend advies.

Dit is een bericht van de Woonbond

Donkere wolken boven huurtoeslag

De doorrekeningen van het regeerakkoord door het Centraal Planbureau (CPB) laten zien dat veel huurtoeslagontvangers er de komende jaren op achteruit zullen gaan met de plannen van het kabinet. 

Envelop Belastingdienst Toeslagen
CC BY-SA 2.0 – FlickR

Er gaat veel veranderen aan de huurtoeslag. Daar zitten een paar kleine verbeteringen bij. Maar huurtoeslagontvangers gaan er ook veel op achteruit. Terwijl de huur voor veel lage inkomens die huurtoeslag ontvangen nu al niet betaalbaar is.

Meer mensen krijgen recht op huurtoeslag

De maximale huurprijs waarmee je recht hebt op huurtoeslag gaat per 2024 verdwijnen. Daardoor kunnen lage inkomens met een huurprijs boven de ‘huurtoeslaggrens’ (die ligt dit jaar op €763,47 ) toch huurtoeslag aanvragen. Dat is goed nieuws voor huurders met een laag inkomen en torenhoge huur. De Woonbond heeft zich hier dan ook jarenlang voor ingezet. Ook krijgen jongeren eerder volledig recht op huurtoeslag. De leeftijdsgrens waarmee jongeren aanspraak kunnen maken op reguliere huurtoeslag wordt verlaagd van 23 naar 21 jaar. 

Geen huurtoeslag over werkelijke huur

Op dit moment wordt er voor de hoogte van de huurtoeslag gekeken naar de werkelijke huur die iemand betaalt. Op basis van de hoogte van de huur en het inkomen van de huurder wordt een deel van die huurprijs gecompenseerd. Kijk voor meer informatie in ons webartikel ‘Normen en grenzen huurtoeslag’. In het regeerakkoord staat dat het kabinet in plaats van de echte huurprijs, vanaf 2025 uit wil gaan van een vaste huurprijs. Die huurprijs ligt op € 548 per maand zegt het CPB. Dat betekent dat huurtoeslagontvangers met een lagere huur erop vooruit gaan, maar huurders met een hogere huur erop achteruit. Zij kunnen dus makkelijk in de problemen komen omdat een deel van de huurtoeslag wegvalt. 

Eigen bijdrage omhoog

Elke huurtoeslagontvanger betaalt een deel van de huur 100% zelf. Pas boven dat bedrag wordt de huur (deels) vergoed door de huurtoeslag. Ook hier geldt dat de precieze hoogte van de eigen bijdrage afhangt van de hoogte van het inkomen en de huur. Het kabinet wil de eigen bijdrage gaan verhogen. Dat betekent dat alle huurtoeslagontvangers een hoger bedrag uit eigen zak moeten betalen en minder gecompenseerd gaan worden. In 2024 wordt de eigen bijdrage in de huurtoeslag met 2 euro per maand verhoogd. In 2025 met nog eens 2 euro. 

Servicekosten niet meer onder de huurtoeslag

Ook de servicekosten vallen straks niet meer onder de huurtoeslag. Nu krijg je huurtoeslag over je ‘rekenhuur‘. De huurprijs plus een deel van de servicekosten. Vanaf 2024 mag je de servicekosten niet meer meerekenen. Deze kosten worden dan dus niet meer gecompenseerd via de huurtoeslag.

Grote zorgen betaalbaarheid

De Woonbond heeft grote zorgen over de impact van de huurtoeslagplannen voor huurders met een smalle beurs. De huur is voor hun nu al vaak niet te betalen, bleek eerder uit een onderzoek van het Nibud in opdracht van de Woonbond en Aedes. De huurtoeslag moet juist omhoog om de betaalbaarheid voor deze huurders te verbeteren.

Dit is een bericht van de Woonbond

Meerderjarige inwonende kinderen houden dak boven hoofd na overlijden ouders

Meerderjarige inwonende kinderen hoeven na het overlijden van hun ouder(s) niet langer binnen twee maanden de ouderlijke huurwoning te verlaten. Daartoe werkt de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister voor Rechtsbescherming aan een ontwerpregeling. Ook krijgen woningcorporaties de mogelijkheid om achterblijvende volwassen kinderen een tijdelijk huurcontract van maximaal 2 jaar aan te bieden. En er is in een gedragscode voor verhuurders vastgesteld hoe zij deze jongvolwassenen moeten helpen met huisvesting en maatschappelijke ondersteuning.

Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De minister geeft daarmee gehoor aan een motie van het Kamerlid Koerhuis (VVD) om knellende regels aan te pakken rond de huisvesting van inwonende meerderjarige kinderen na het overlijden van hun ouders.

Jongvolwassenen die hun hurende ouders verliezen, kunnen in een lastige situatie komen omdat zij niet zomaar het huurcontract van hun ouders kunnen ‘erven’. In de meeste gevallen moeten volwassen wezen dan ook ‘van rechtswege’ binnen twee maanden na het overlijden van hun ouders de woning verlaten. Naar schatting gaat het jaarlijks om enkele tientallen gevallen.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken: “Jongvolwassenen die hun ouders verliezen moeten zich kunnen richten op het verwerken van het verlies. Dankzij deze afspraken kunnen zij langere tijd in de ouderlijke woning blijven wonen en hoeven zij zich geen zorgen te maken over hun woonsituatie. Dat geeft meer rust en komt ten goede aan het rouwproces. Ik ben blij dat we samen met de verhuurders deze afspraken hebben kunnen maken.”

Aangepaste regels

In de sociale huursector is de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) aangepast. Meerderjarige inwonende wezen behoren nu tot een van de specifiek aangewezen doelgroepen die in aanmerking komt voor een tijdelijk huurcontract, zodat corporaties meerderjarige wezen meer tijd kunnen geven om keuzes te maken over hun toekomst.

Gedragscode

Verder is er door het ministerie, Aedes, de VNG, verhuurders en experts een gedragscode opgesteld. Daarin is vastgelegd wat verhuurders doen om meerderjarige wezen te ondersteunen in de moeilijke periode dat zij hun ouder(s) hebben verloren. Uitgangspunt van de gedragscode is dat verhuurders maatwerk bieden om te zorgen dat een meerderjarige wees niet op straat komt te staan. Een tijdelijk contract kan hierbij helpen. De verhuurder moet daarnaast zorgen voor passende huisvesting en waar nodig ook de huurprijs aanpassen om een woning betaalbaar te maken.

Wettelijke regeling in de maak

Verder werkt de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister voor Rechtsbescherming aan een ontwerp van een wettelijke regeling die jongvolwassen wezen de mogelijkheid biedt om langer in de ouderlijke huurwoning te blijven wonen, zonder dat de verhuurder daarmee hoeft in te stemmen. Het is de bedoeling dat de regeling zowel in de sociale huursector als de private huursector gaat gelden.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Wat verandert er voor huurders in 2022?

In 2022 verandert er weer veel voor huurders en woningzoekers. Er komt een speciale huurverhoging voor huurders met een relatief lage huur. Ook komt er een nieuwe vorm van inkomensafhankelijke huurverhoging. 

De huren in de sociale sector werden tot nu toe jaarlijks met een bepaald percentage verhoogd.  Welk percentage in 2022 gaat gelden is nog niet bekend. Voor de vrije sector is dit al wel duidelijk. Daar ligt het maximumpercentage in 2022 op 3,3% (inflatie plus 1%). 

Extra hoge huurverhogingen sociale sector

Evengoed valt er wel iets te zeggen over huurverhogingen in de sociale sector. De overheid heeft voor 2022 besloten dat niet alle sociale huurders de (nu nog niet bekende) procentuele huurverhoging gaan krijgen. Voor sommige groepen komt er een huurverhoging met een specifiek maximumbedrag. Die komt dan in de plaats van de huurverhoging in procenten.

  • Sociale huurders met een maandhuur onder de 300 euro kunnen een huurverhoging krijgen van maximaal 25 euro per maand.
  • Sociale huurders met een middeninkomen kunnen een huurverhoging krijgen van maximaal 50 euro per maand of maximaal 100 euro per maand. Welke van die twee huurverhogingen een verhuurder mag vragen hangt dan af van het type huishouden (alleenwonend of niet) en van het inkomen.

Maximaal €50 per maand 

De huurverhoging van 50 euro per maand mag straks gevraagd worden aan:

  • Alleenwonenden met een jaarinkomen tussen €47.077 en €55.500 
  • Meerpersoonshuishoudens met een (gezamenlijk) jaarinkomen tussen €54.196 en €74.000 

Maximaal €100 per maand 

De huurverhoging van 100 euro per maand mag gevraagd worden aan:

  • Alleenwonenden met een jaarinkomen hoger dan €55.500  
  • Meerpersoonshuishoudens met een (gezamenlijk) jaarinkomen hoger dan €74.000  

Nieuwe inkomensgrenzen toewijzing sociale huurwoning

Verder verandert de manier van toewijzen van sociale huurwoningen van woningcorporaties. Wie een sociale huurwoning van een corporatie wil gaan huren moet rekening houden met de volgende grenzen:

  • Alleenwonend – je jaarinkomen mag niet hoger zijn dan € 40.765
  • Meerpersoonshuishouden – jullie (gezamenlijke) jaarinkomen mag niet hoger zijn dan € 45.014


Wel hebben corporaties 7,5% ‘vrije toewijzingsruimte’. Dat wil zeggen dat ze 7,5% van hun vrijkomende sociale huurwoningen toch aan huishoudens met een hoger inkomen mogen toewijzen, maar daar zijn ze niet toe verplicht.

Meer lezen?

De belangrijkste wijzigingen staan op een rijtje in ons overzichtsartikel ‘Wat kost huren in 2022?‘.

Dit bericht is afkomstig van de Woonbond

Het regeerakkoord over huren

In het gepubliceerde regeerakkoord staan veel plannen die belangrijk zijn voor huurders en woningzoekers. De Woonbond heeft gemengde gevoelens over het regeerakkoord, lieten we weten in ons persbericht.

In dit nieuwsbericht zetten we de belangrijkste wijzigingen op een rij.

Verhuurderheffing

De verhuurderheffing wordt afgeschaft. Daar heeft de Woonbond jarenlang voor gestreden. De corporaties moeten in ruil voor afschaffen prestatieafspraken maken met de minister over verduurzaming en nieuwbouw. Wat de Woonbond betreft komt inzetten op betaalbaarheid daarbij. 

Minister

Er komt een minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. 

Huurtoeslag

Er komt een omvorming van de huurtoeslag. In ieder geval gaat de maximale huurprijs voor aanvragen van huurtoeslag niet meer gelden. Nu worden huurders met een hoge huur en laag inkomen uitgesloten van huurtoeslag. Het is goed dat dat verandert. Daarnaast wil het kabinet gaan werken met normhuren. De hoogte van de huurtoeslag hangt dan niet af van de huurprijs, maar van de normhuur die hoort bij een bepaald inkomen. Huurders met een laag inkomen en hoge huur kunnen er hierdoor op achteruit gaan.

Huurstop 2024

Uit de budgetaire bijlage bij het akkoord blijkt dat er voor 2024 een eenmalige huurstop staat gepland. Het is opmerkelijk dat die huurstop niet eerder wordt ingevoerd. Ook gezien de naar verwachting hoge inflatie in 2022. 

Huurverhoging

Daarnaast wordt er gesproken over verhogen van huurprijzen voor middeninkomens in een sociale huurwoning tot de marktconforme huur. Dat betekent dat middeninkomens tegen torenhoge huurverhogingen aan kunnen lopen tot ver boven de sociale huurgrens. De bond is daar heel verontrust over.

Vrije sector

Zogenaamde ‘middenhuurwoningen’ krijgen een vorm van huurprijsbescherming, zodanig dat wonen voor middeninkomens betaalbaar wordt én het rendabel blijft voor institutionele beleggers om in deze woningen te investeren. Het is nog onduidelijk hoe. De Woonbond pleit er al langer voor de huurprijsbescherming voor de sociale sector door te trekken. Daarmee ligt er een sterk verband tussen de kwaliteit van een woning en de maximaal toegestane huurprijs. Helaas wordt er in het regeerakkoord nog niets gezegd over het inperken van de wildgroei aan tijdelijke huurcontracten op de commerciële huurmarkt.In een eerdere versie van dit bericht stond dat de verhuurderheffing vanaf 2023 stapsgewijs omlaag zou gaan. Dat klopt niet. De verhuurderheffing wordt toch in 2023 al geheel afgeschaft. Doordat er in de financiële tabel eerdere kortingen op de verhuurderheffingen waren verwerkt leek de  heffing eerst jaarlijks terug te lopen. Bronnen bij de coalitiepartijen hebben inmiddels aan de Woonbond bevestigd dat het wel degelijk om direct volledige afschaffing gaat in 2023.

Dit bericht is afkomstig van de Woonbond

Woonbond heeft gemengde gevoelens over regeerakkoord

De Woonbond kijkt met gemengde gevoelens naar het regeerakkoord. Er worden stappen gezet waar de bond zich al jaren voor inzet. Zo wordt de verhuurderheffing op termijn afgeschaft en wordt er gesproken over huurprijsbescherming voor het ‘middensegment’. Tegelijkertijd wordt de verhuurderheffing pas opgeheven na de regeerperiode, en loopt de heffing tot die tijd stapsgewijs naar beneden. ‘Daar spreekt niet de nodige daadkracht uit om de wooncrisis echt voortvarend aan te pakken,’ reageert Woonbonddirecteur Zeno Winkels.

In ruil voor prestatieafspraken met corporaties over verduurzaming en nieuwbouw wordt de heffing stapsgewijs afgeschaft. Daar hoort wat de Woonbond betreft ook lagere huurprijzen bij. Sociale huurders hebben jarenlang, via hogere huren, betaald voor de verhuurderheffing. Er wordt in het regeerakkoord wel gesproken over lagere huurprijzen voor sociale huurders met een laag inkomen, maar het is onduidelijk wat dit in de praktijk gaat betekenen. Ook is er sprake van een ‘huurstop’ in 2024. Winkels ‘De huurstop aangekondigd voor 2024 komt voor veel huurder te laat.’

Verduurzaming

De Woonbond is tevreden over de ambities voor de hoognodige  verduurzaming. Het verbod op -nieuwe- verhuur van slechte energielabels, de hoge isolatienormen en de fondsen voor de gebouwde omgeving zijn positief. Ook de verhoogde reductiedoelstellingen in combinatie met belastingverschuiving van elektra naar op gas, in combinatie met een stevig positief saldo voor de huishoudens krijgen de instemming van de Woonbond.

Huurtoeslag

De huurtoeslag wordt omgevormd. De Woonbond denkt graag mee aan een omvorming van de huurtoeslag, waarbij de beloofde afschaffing van de maximale huurgrens waarboven huurtoeslag niet meer aangevraagd kan worden een welkome stap in de goede richting is. Het werken met ‘normhuren’ roept vooral vragen op. Dit zou kunnen betekenen dat er te weinig rekening wordt gehouden met wat een huurder echt kwijt is aan huren.

Huurverhoging

Daarnaast wordt er gesproken over verhogen van huurprijzen voor middeninkomens in een sociale huurwoning tot de marktconforme huur. Dat betekent dat middeninkomens tegen torenhoge huurverhogingen aan kunnen lopen tot ver boven de sociale huurgrens. De bond is daar heel verontrust over.

Vrije sector

Zogenaamde ‘middenhuurwoningen’ krijgen een vorm van huurprijsbescherming, zodanig dat wonen voor middeninkomens betaalbaar wordt én het rendabel blijft voor institutionele beleggers om in deze woningen te investeren. Het is nog onduidelijk hoe. De Woonbond pleit er al langer voor de huurprijsbescherming voor de sociale sector door te trekken. Daarmee ligt er een sterk verband tussen de kwaliteit van een woning en de maximaal toegestane huurprijs. Helaas wordt er in het regeerakkoord nog niets gezegd over het inperken van de wildgroei aan tijdelijke huurcontracten op de commerciële huurmarkt.

Winkels: ‘Er worden wat stappen in de goede richting gedaan, maar veel is afhankelijk van de uiteindelijke uitwerking. Er valt voor de aankomende minister op Volkshuisvesting dus echt nog ontzettend veel werk te doen. Bijvoorbeeld om te zorgen dat jongeren op de huurmarkt weer woonzekerheid en een vast contract krijgen.’