Meer betaalbare woningen voor middeninkomens

Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge, heeft zijn plannen bekendgemaakt om meer mensen aan een betaalbare woning te helpen. Mensen met een middeninkomen vallen nu tussen wal en schip en mensen met een laag inkomen houden na het betalen van de huur soms te weinig over om van te leven. Daarom moeten er meer betaalbare woningen gebouwd worden en wordt de middenhuursector gereguleerd. Huurders en kopers worden beter beschermd.

Minister de Jonge: “Veel mensen kunnen geen betaalbare woning vinden of hebben te hoge woonlasten. Dat raakt aan de bestaanszekerheid van mensen. Daarom moeten er meer betaalbare woningen worden gebouwd, in het sociale segment maar zeker ook in het middensegment. En daarom reguleren we de middenhuur en worden huurders en kopers straks beter beschermd.”

Regulering middenhuur

Om huurwoningen voor middeninkomens betaalbaarder te maken worden aanvangshuren in het middenhuursegment gereguleerd. Een deel van de woningen die nu in de vrije huursector valt, valt daardoor straks onder de gereguleerde middenhuur. Straks bepaalt het woningwaarderingstelsel (het puntensysteem) de huurprijs zodat een huurder een eerlijke prijs betaald die past bij de kwaliteit van de woning. De exacte bovengrens van de regulering moet nog worden bepaald, maar komt tussen de 1.000 en 1.250 euro te liggen.

Het is belangrijk dat er voldoende aanbod aan middenhuur blijft en de regulering de bouw van middenhuurwoningen niet in de weg staat. Op dit moment wordt in drie gemeenten (Utrecht, Zwolle en Doetinchem) gekeken wat de effecten zijn van verschillende varianten van de regulering op onder andere de bouw van middenhuurwoningen. Op basis hiervan wordt de exacte vormgeving van de regulering bepaald, inclusief de bovengrens van de middenhuurregulering.

Veertig procent nieuwbouw voor middeninkomens

Er moet meer gebouwd worden voor midden- en lage inkomens. In het programma Woningbouw is aangekondigd dat er tot en met 2030 900.000 woningen gebouwd moeten worden. We streven regionaal na dat bijna veertig procent (350.000 woningen) van deze nieuw te bouwen woningen betaalbare koop of middenhuurwoningen zijn.

Het vergroten van het aanbod leidt ook tot een verbetering van de positie van koopstarters. Zij krijgen een extra duwtje in de rug door de inzet van goedwerkende- en nieuwe verkoopoplossingen. Door een handreiking aan gemeenten, ontwikkelaars en corporaties te doen kan het gebruik van verkoopoplossingen zoals KoopStart een impuls krijgen en leiden tot meer betaalbare koopwoningen. Met de introductie van een huisvestingsvergunning kunnen gemeenten bovendien betaalbare koopwoningen toewijzen aan mensen met een middeninkomen.

Een woning die past bij het inkomen

Een deel van de mensen met een laag inkomen zijn een te groot deel van hun inkomen kwijt aan de huur. Te hoge woonlasten worden aangepakt door huurstijgingen te beperken en door mensen een woning toe te wijzen die bij het inkomen past. Voor mensen met een laag inkomen verlagen we de huren. Hogere inkomens die in een goedkope sociale huurwoning wonen, kunnen een inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen.

Met Aedes, VNG en IPO worden prestatieafspraken gemaakt over onder andere de bouw en verduurzaming van woningen. Een nieuw Sociaal Huurakkoord met Aedes en de Woonbond over onder andere de jaarlijks maximaal toegestane huurverhoging wordt onderdeel van deze afspraken.

Vereenvoudiging huurtoeslag

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat het toeslagenstelsel voor een deel van de mensen onzekerheid met zich meebrengt. We zetten daarom stevig in op het vereenvoudigen van de huurtoeslag.

Hiervoor worden onder andere genormeerde huren ingevoerd. De hoogte van de huurtoeslag is daarmee niet meer afhankelijk van de feitelijke huurprijs, maar gaat uit van een vast, genormeerd huurbedrag. Afhankelijk van het inkomen betalen mensen een eigen bijdrage, die van dit genormeerd huurbedrag af wordt getrokken. Wat overblijft is de te ontvangen huurtoeslag.

De maximale huurgrens wordt geschrapt. Zo kunnen meer huurders huurtoeslag krijgen. Daarnaast wordt de leeftijdsgrens voor jongeren verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar en vervalt de bijdrage aan de subsidiabele servicekosten.

Eind 2022 moet het wetsvoorstel klaar zijn en moet vanaf 2024 ingaan. De genormeerde huren worden geleidelijk ingevoerd over een periode van vijf jaar.

Betere bescherming koper en huurder

Kopers en huurders moeten goed beschermd worden. Er komt een landelijke norm om op een goede en verantwoordelijke manier met huurders om te gaan. Gemeenten kunnen inzetten op verbeterde huurprijsbescherming via gebiedsgerichte verhuurvergunningen met de voorwaarde dat de maximale huurprijzen worden gerespecteerd. Als vervolgstap moet het landelijk de norm worden dat verhuurders in de gereguleerde sector de maximale huurprijs van het woningwaarderingstelsel respecteren. Bij het kopen van een woning wordt certificering van het biedproces, en daarmee het gebruik van een (bied)logboek door makelaars, wettelijk verplicht. Daardoor wordt het koopproces transparanter en is er minder ruimte voor makelaars om niet integer te handelen.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Meer dan de helft van de gemeenten heeft te weinig sociale huurwoningen

Nieuwbouw van sociale huurwoningen in Nijmegen. Beeld Flip Franssen/HH
Nieuwbouw van sociale huurwoningen in Nijmegen.Beeld Flip Franssen/HH

Twee derde van de gemeenten voldoet bij lange na niet aan de eis van het kabinet om 30 procent van de woningen beschikbaar te hebben voor sociale huur, blijkt uit onderzoek van Trouw.

Hanne Obbink26 maart 2022, 01:00

Het is een nauwelijks opgemerkte passage tussen alle andere woningmarktplannen die minister Hugo de Jonge (volkshuisvesting) twee weken geleden naar de Tweede Kamer stuurde: in elke gemeente moet minstens 30 procent van alle woningen in de categorie ‘sociale huur’ vallen.

Dat wordt een bijzonder zware opdracht, blijkt uit berekeningen van Trouw. Want bijna twee derde van de gemeenten haalt die 30 procent niet. Vaak zelfs bij lange na niet: 40 procent van de gemeenten heeft minder dan een kwart sociale huur, bijna een op de zeven blijft zelfs onder de 20 procent steken.

Het streefcijfer van De Jonge is vooral ingegeven door zorgen om zogeheten aandachtsgroepen op de woningmarkt: statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, maar ook ouderen die ooit zorg nodig zullen hebben en studenten. Voor deze specifieke groepen is het vaak extra lastig om een huis te vinden. De minister wil dat “alle gemeenten een fair share van deze huishoudens huisvesten”. https://datawrapper.dwcdn.net/H7PX5/6/

Wrijving tussen gemeenten

Die laatste opmerking komt niet uit de lucht vallen. Gemeenten hebben er baat bij om deze kwetsbare groepen juist níét onder dak te brengen, stelde een werkgroep van vijf ministeries, gemeenten en woningcorporaties vorig jaar al vast. Deze mensen hebben namelijk niet zelden zorg nodig, en dat kost gemeenten geld.

Deze kwestie leidt soms tot wrijving tussen gemeenten. De grotere zitten met hun sociale huurwoningen meestal boven de grens van 30 procent. Maar veel omliggende gemeenten houden de boot af voor deze groepen woningzoekenden. Tot ergernis van de steden.

Sowieso is de markt voor betaalbare huurwoningen bijzonder krap, niet alleen voor deze specifieke groepen. Het aantal sociale huurwoningen neemt al jaren gestaag af en zittende bewoners stromen nauwelijks door. In 2015 konden corporaties nog 210.000 woningen toewijzen aan nieuwe huurders, in 2020 nog maar 180.000. De wachtlijsten worden langer.

Goedkoopste woningen verdwijnen

Daar komt bij dat vooral de goedkoopste sociale huurwoningen snel verdwijnen, terwijl de kwetsbaarste groepen juist op die categorie zijn aangewezen. In drie jaar tijd nam het aantal corporatiewoningen met een huur tot 440 euro met 26.000 af, meldde de Autoriteit Woningcorporaties onlangs. Intussen kwamen er 28.000 duurdere woningen bij, met een huur van 670 tot 760 euro, de bovengrens voor de sociale huursector.

Minister De Jonge wil de 30 procentnorm opnemen in prestatieafspraken met gemeenten, provincies en corporaties. Als het een gemeente niet lukt om die norm te halen of als ze het niet nodig vindt, “vereist dat een goede uitleg”, meldt zijn woordvoerder.

Grote verschillen tussen gemeenten

In heel Nederland valt 34 procent van alle woningen in de categorie ‘sociale huur’, blijkt uit de berekeningen van Trouw. Maar de verschillen tussen gemeenten zijn groot. Groningen heeft het grootste aandeel: 57 procent. Met 5 procent heeft het piepkleine Rozendaal verreweg de minste sociale huurwoningen.

Bij zijn streven naar een minimum van 30 procent per gemeente rekent minister De Jonge alle woningen mee met een huur onder de 760 euro, de bovengrens in de sociale huursector. Hij telt dus ook woningen in het bezit van particulieren mee, als die onder die 760-eurogrens verhuurd worden. Woningen van corporaties die duurder zijn dan 760 euro worden juist niet meegerekend.

Op basis van De Jonges definitie van ‘sociale huur’ is Trouw gaan rekenen met als uitgangspunt cijfers uit de Lokale Monitor Wonen 2021, opgesteld op initiatief van onder meer de vereniging van gemeenten VNG en de vereniging van woningcorporaties Aedes.

De cijfers geven de stand van zaken van 31 december 2019 weer. Het is niet uitgesloten dat een enkele gemeente daarna extra sociale huurwoningen heeft gebouwd. Maar de landelijke trend laat iets anders zien: steeds minder sociale huur.

Lees ook:

Dit zijn de plannen van minister De Jonge voor de woningmarkt: vooral heel veel betaalbaar bouwen

Nederland bouwt te veel dure woningen, stelt minister Hugo de Jonge. Hij wil de koers verleggen: meer betaalbare nieuwbouw.

Dit is een artikel van het Dagblad Trouw

Noordwijk krijgt er 425 woningen bij

18 januari 2022

De Noordwijkse nieuwbouwwijk Offem Zuid wordt uitgebreid met nog eens 425 woningen. Woonstichting Stek neemt er daarvan zo’n 125 voor haar rekening. Samen met Ed Heijstee namens ontwikkelaar Campri en wethouder Theo Alkemade van Noordwijk onthulde bestuurder Hans Al van Stek maandagmiddag het bouwbord voor ‘Buitengewoon Offem’, zoals dit deel van Offem Zuid wordt genoemd.

Bij de ongeveer 125 sociale huurwoningen van Stek gaat het om een combinatie van appartementen en eengezinswoningen. Het bouwrijp maken van de grond wordt dit voorjaar afgerond en de bouw van de eerste woningen begint rond de zomer. Binnen vier jaar moet de laatste woning in Buitengewoon Offem worden opgeleverd.

Bouwstroom op gang houden

Bestuurder Al van Stek vindt het van belang dat de bouwstroom in Noordwijk, net als elders in de Bollenstreek, op gang blijft. “De behoefte aan sociale huurwoningen is groot. Waar het kan, willen we als Stek graag bijdragen aan de verruiming van het aanbod. Als dat lukt op zo’n mooie plek, in een aansprekende nieuwe wijk en met deze kwaliteit, is dat iets om blij van te worden. De woningen die wij hier gaan bouwen zijn aantrekkelijk voor een brede doelgroep.”

Veel belangstelling, fijne samenwerking

Ook ontwikkelmanager Heijstee is verheugd over de samenwerking: “Stek is een grote en ervaren corporatie in de Bollenstreek. Hun wensen sluiten goed aan bij onze visie voor Buitengewoon Offem als nieuwe inclusieve wijk waar jong en oud, alleenstaanden, stellen en gezinnen, zich thuis voelen.”

Over enkele jaren is Offem een plek waar in totaal 1.500 nieuwe bewoners een levendige, groene en vitale wijk vormen. Het aanbod is gevarieerd: van ruime eengezinswoningen en luxe villa’s tot comfortabele appartementen in de vrije-, middeldure en sociale sector.

Gastenhuis mooie toevoeging

Wethouder Theo Alkemade vindt de bouw van het Gastenhuis een mooie toevoeging op het woonaanbod in de wijk: “Er is straks plek voor 20 dementerende ouderen in het Gastenhuis. Bijzonder is dat het Gastenhuis wordt geleid door een (echt)paar met een zorgachtergrond. Zij wonen naast het huis en dus midden in de wijk. Dit zorgt voor vertrouwde gezichten, een persoonlijke sfeer en verbinding met de buurt. Wonen in een Gastenhuis is daarnaast betaalbaar voor mensen met een gemiddeld (pensioen)inkomen.”

Over Buitengewoon Offem

De nieuwbouwwijk Offem Zuid ligt in het verlengde van de charmante Voorstraat in het centrum van Noordwijk. De nieuwbouw is dan ook geïnspireerd op de authentieke bebouwing aan de Voorstraat, het Lindenplein en Landhuis Klein Offem in Noordwijk Binnen. Ook het groen van het naastgelegen Landgoed Offem komt terug. Dit wordt aangevuld/versterkt door de aanleg van een ecologische verbindingszone direct langs de N206. De karakteristieke architectuur van de buurt wordt de nieuwbouwwijken ingetrokken. Je vindt hier sfeervolle hofjes, leilindes in de straat en veel groen om te spelen.

Wie de ontwikkelingen in Buitengewoon Offem op de voet wil volgen, kan zich inschrijven voor de nieuwsbrief via deze website.

Dit is een bericht van Stek-Wonen

Meerderjarige inwonende kinderen houden dak boven hoofd na overlijden ouders

Meerderjarige inwonende kinderen hoeven na het overlijden van hun ouder(s) niet langer binnen twee maanden de ouderlijke huurwoning te verlaten. Daartoe werkt de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister voor Rechtsbescherming aan een ontwerpregeling. Ook krijgen woningcorporaties de mogelijkheid om achterblijvende volwassen kinderen een tijdelijk huurcontract van maximaal 2 jaar aan te bieden. En er is in een gedragscode voor verhuurders vastgesteld hoe zij deze jongvolwassenen moeten helpen met huisvesting en maatschappelijke ondersteuning.

Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. De minister geeft daarmee gehoor aan een motie van het Kamerlid Koerhuis (VVD) om knellende regels aan te pakken rond de huisvesting van inwonende meerderjarige kinderen na het overlijden van hun ouders.

Jongvolwassenen die hun hurende ouders verliezen, kunnen in een lastige situatie komen omdat zij niet zomaar het huurcontract van hun ouders kunnen ‘erven’. In de meeste gevallen moeten volwassen wezen dan ook ‘van rechtswege’ binnen twee maanden na het overlijden van hun ouders de woning verlaten. Naar schatting gaat het jaarlijks om enkele tientallen gevallen.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken: “Jongvolwassenen die hun ouders verliezen moeten zich kunnen richten op het verwerken van het verlies. Dankzij deze afspraken kunnen zij langere tijd in de ouderlijke woning blijven wonen en hoeven zij zich geen zorgen te maken over hun woonsituatie. Dat geeft meer rust en komt ten goede aan het rouwproces. Ik ben blij dat we samen met de verhuurders deze afspraken hebben kunnen maken.”

Aangepaste regels

In de sociale huursector is de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) aangepast. Meerderjarige inwonende wezen behoren nu tot een van de specifiek aangewezen doelgroepen die in aanmerking komt voor een tijdelijk huurcontract, zodat corporaties meerderjarige wezen meer tijd kunnen geven om keuzes te maken over hun toekomst.

Gedragscode

Verder is er door het ministerie, Aedes, de VNG, verhuurders en experts een gedragscode opgesteld. Daarin is vastgelegd wat verhuurders doen om meerderjarige wezen te ondersteunen in de moeilijke periode dat zij hun ouder(s) hebben verloren. Uitgangspunt van de gedragscode is dat verhuurders maatwerk bieden om te zorgen dat een meerderjarige wees niet op straat komt te staan. Een tijdelijk contract kan hierbij helpen. De verhuurder moet daarnaast zorgen voor passende huisvesting en waar nodig ook de huurprijs aanpassen om een woning betaalbaar te maken.

Wettelijke regeling in de maak

Verder werkt de minister van Binnenlandse Zaken samen met de minister voor Rechtsbescherming aan een ontwerp van een wettelijke regeling die jongvolwassen wezen de mogelijkheid biedt om langer in de ouderlijke huurwoning te blijven wonen, zonder dat de verhuurder daarmee hoeft in te stemmen. Het is de bedoeling dat de regeling zowel in de sociale huursector als de private huursector gaat gelden.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Zo ontmasker je online oplichting!

Helaas komt het té vaak voor: nepadvertenties voor huurwoningen. Bedacht door oplichters met maar één doel: nietsvermoedende woningzoekers geld aftroggelen. Blijf alert met deze tips!

Bron: Getty Images

Wees kritisch. Is een aanbod te mooi voor woorden? Doe dan een dubbelcheck!  Helaas doet dit soort fraude zich al langer voor. De Woonbond en De Autoriteit Consument & Markt (ACM) waarschuwden deze zomer al voor misleidende websites. Met dank aan Fraudehelpdesk geeft de Woonbond onderstaande tips waarmee je checkt of er een grote kans op oplichting bestaat.

Zo herken je nepadvertenties

  • Betaal nooit vooruit aan een ‘verhuurder’. Als je de woning niet kunt bekijken zonder eerst rechtstreeks geld over te maken, ga er dan vanuit dat het aanbod nep is. 
  • Controleer vooraf de foto’s(externe link) bij de advertentie via internet, zeker als je vanwege verblijf in een ander land niet in de gelegenheid bent de woning te bekijken. Vaak worden foto’s gekopieerd uit bestaande advertenties (met natuurlijk heel andere prijzen).
  • Vraagt de ‘verhuurder’ van een woning in Nederland je geld over te maken naar een buitenlands banknummer (IBAN-nummer)? Wees dan uiterst voorzichtig.
  • Controleer het adres via de streetviewfunctie van Google Maps(externe link). Zet het kleine gele poppetje voor het beoogde pand op de kaart. Je ziet dan gelijk of de woning daadwerkelijk bestaat.
  • Wees extra alert bij advertenties op de sociale media.

Veel oplichters slaan hun slag op online platforms waar woningzoekenden betrouwbare verhuurders vinden. Ondanks dat deze platforms hun best doen om oplichting tegen te gaan, lukt het kwaadwillende fraudeurs om advertenties te plaatsen.

Ontmasker nepmakelaar

Behalve de nepadvertentie is ook de nep-makelaar online te vinden. Deze oplichter doet via een advertentie op social media zoals Facebook een zeer interessant aanbod. Klik je hierop, dan kom je op een webpagina die je uitgebreid in de beschikbare huurwoning laat rondneuzen. Het enige wat je hoeft te doen, is het betalen van inschrijfkosten. Het is de oplichter om dat inschrijfgeld te doen, want de aangeboden huurwoning bestaat niet. Nadat je hebt betaald, verneem je niets meer van de nepmakelaar. Zo ontmasker je deze oplichter: 

  • Check de aangeboden foto’s(externe link) via internet. Komen ze vaker voor? Dan is de kans groot op fraude.
  • Bekijk op Whois(externe link) hoe lang de website actief is. Is dat slechts enkele weken of maanden? Dan is de kans groot dat je met een nepmakelaar van doen hebt.
  • Controleer de verkoopvoorwaarden in de site. Zijn die niet te vinden of beslaan die slechts enkele regels, dan is het naar alle waarschijnlijkheid een valse website.
  • Controleer of de site bij de politie bekend(externe link) is.

Opgelicht? Dit kun je doen!

Ben je er toch ingetuind? Doe dan altijd aangifte bij de politie(externe link). Bij verdenking van een verhuurwebsite die sjoemelt met het aanbod, kun je een melding doen(externe link) bij de ACM Consuwijzer. 

Heb je vragen? En ben je ook lid van de Woonbond? Bel dan met de Huurderslijn. Onze deskundigen geven je graag advies op maat.

Dit is een bericht van de Woonbond

Vier op de tien huurders zit vast

26 augustus 2021

Vier op de tien Nederlanders is ontevreden over zijn of haar huurwoning en zou graag verhuizen. Vooral gezinnen met kinderen jonger dan achttien jaar zijn hun huidige woning ontgroeid, maar verhuizen is lastig. Dat blijkt uit onderzoek van Kadasterdata.nl onder 1.004 Nederlanders met een huurwoning.

Bron: Getty Images

Woonlasten drukken zwaar op huurders en woningnood beperkt verhuismogelijkheden voor huurders. Van de door Kadasterdata.nl ondervraagde personen geeft 37% aan een andere woning te willen. Onder hen vooral dertigers, veelal mensen die hun gezin zagen groeien en daarmee behoefte krijgen aan meer woonruimte. Ruimte die er niet is.

Veel particuliere verhuur

Van de dertigers huurt bijna de helft (46%) van een particuliere verhuurder. Deze groep betaalt gemiddeld meer huur per maand en heeft daardoor minder financiële ruimte. Bekijk zelf alle grafieken op Kadasterdata.nl.(externe link)

Falend beleid

Het zijn niet alleen jonge gezinnen die grote moeite hebben om grotere, passender woonruimte te vinden. Ook voor starters, mensen van middelbare leeftijd en senioren is het lastig om een passende, betaalbare huurwoning te vinden. De Woonbond constateert dat de woningnood onverminderd groot is. Oorzaak hiervan is volgens woordvoerder Marcel Trip van de Woonbond falend overheidsbeleid: ‘Jarenlang slecht woonbeleid heeft gezorgd voor hoge huurprijzen en een tekort aan betaalbare huurwoningen, deels veroorzaakt door bijvoorbeeld de verhuurdersheffing, een belasting op sociale huur. De Woonbond vindt het daarom heel goed dat huurders en woningzoekenden binnenkort demonstreren tegen dit overheidsbeleid in Amsterdam en Rotterdam. “Het is hoog tijd dat huurders en woningzoekenden van zich laten horen”, aldus Trip.  

Dit is een Woonbond-bericht

Woningmarkt oververhit

Woningmarkt oververhit

Staat van de woningmarkt 2021: woningmarkt oververhit

Ondanks de coronacrisis is de vraag naar woningen onverminderd hoog, is het te koop staand aanbod historisch laag en stegen de huizenprijzen sterker dan ooit. Het overbieden op koopwoningen is toegenomen en woningen staan korter te koop. In de huursector zijn de wachtlijsten voor een sociale huurwoning overal lang. In zowel de koop- als huursector is een groot tekort aan betaalbare woningen. Al met al loopt het woningtekort nog op tot 2024 en neemt daarna gestaag af.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de Staat van de Woningmarkt 2021. In het rapport staan de belangrijkste ontwikkelingen in de woningmarkt van het afgelopen jaar.

Een koopwoning was in 2020 gemiddeld 7,8 procent duurder dan in 2019. De prijsstijging overtrof daarmee die van 2019 (6,9 procent). De vraag naar koopwoningen neemt volgens de prognoses toe tot 2024. De verwachting is dat het woningtekort daarna iets zal afnemen door toegenomen woningbouwproductie. In 2020 zijn de huren beperkt gestegen en kregen zittende huurders bij corporaties een reële huurdaling. De doorstroming in de sociale huursector is zeer beperkt; corporatiewoningen komen minder snel vrij, waardoor de wachtlijsten toenemen. Huurders met een middeninkomen zijn aangewezen op de vrije huursector. Er is echter een tekort aan huurwoningen in het middensegment. Vooral in de regio’s met een hoge woningvraag schieten deze huurwoningen vaak door naar het dure segment en vallen daardoor buiten het bereik van mensen met een middeninkomen.

Grote verschillen

De verschillen tussen huishoudens zijn groot: door de krapte op de woningmarkt staat de situatie voor bepaalde groepen onder druk. Starters, spoedzoekers, kwetsbare groepen en huishoudens met lage en middeninkomens vinden moeilijk een betaalbare woning. Dit betreft zowel de huur- als de koopsector. Verder wordt de kloof tussen woningbezitters en huurders langzaam maar zeker groter. Woningbezitters hebben woningen die steeds meer waard worden, terwijl huurders alleen voor hoge leenbedragen de koopmarkt kunnen instappen.

Leefbaarheid: landelijk verbeterd, lokaal verslechterd

De Staat van de Woningmarkt 2021 laat zien dat het tot aan de coronacrisis goed ging met de leefbaarheid en veiligheid in Nederland. Desalniettemin waren er in 2018 ook al wijken waar dit steeds verder achteruit is gegaan en waar een concentratie van problemen is. Het aantal huisuitzettingen is tussen 2018 en 2020 met bijna de helft (43 procent) gedaald. Dit komt onder meer door afspraken met verhuurders en financiers om maatwerk te leveren aan mensen met betalingsproblematiek.

Woningbouw: sterke urgentie

In 2020 zijn er naar verwachting circa 80.000 woningen bijgekomen: bijna 70.000 nieuwbouwwoningen en ongeveer 10.000 woningen door transformatie. Maar met een woningtekort van 279.000 woningen (3,5 procent van de woningvoorraad) blijft bijbouwen urgent, omdat het woningtekort tot 2024 nog sterk zal oplopen. Om in de woningbehoefte te voorzien zijn er de komende tien jaar circa 900.000 nieuwe woningen nodig.

Cijfers woningmarkt

Naast de jaarlijkse Staat van de Woningmarkt kunnen geïnteresseerden voor cijfers over de woningmarkt terecht bij dashboard datawonen. Hier staan statistieken over de voortgang van de woningbouw, de koop- en huursector en corporatiegegevens.

Dit is een bericht van de Nieuwe Wind

Thuisblijvers zijn achterblijvers

29 juni 2021

Ruim 900.000 mensen van 25 tot 35 jaar wonen volgens het CBS door de woningnood gedwongen bij hun ouders in huis, dat zijn er 200.000 meer dan in 2010. Deze groep thuisblijvers wonen later zelfstandig, trouwen later en krijgen ook vaak later kinderen.

Bron: Getty Images

De meeste jongeren gaan volgens het CBS tussen hun 18e en 30e het ouderlijk huis uit. Van de 18-jarigen woonde 89% op 1 januari 2021 nog bij één of beide ouders. Met 25 jaar was dat 30%, en van de 29-jarigen was 11% procent nog thuiswonend. Vrouwen blijven minder vaak thuis wonen dan mannen. Met 25 jaar was 22% van de vrouwen en 38% van de mannen nog niet uit huis.

Later samenwonen

Het CBS constateert dat mensen steeds meer op een later moment in hun leven gaan samenwonen. Het CBS houdt dat bij zowel voor gehuwden als ongehuwden. Met 25 jaar woont 34% samen in 2021, maar in 2011 lag dit aantal hoger op 41%.

Later zelfstandig niet goed

Het is niet goed dat jongeren op latere leeftijd het huis uit gaan(externe link)”, zegt Wim Meeus, emeritus hoogleraar adolescentie aan de Universiteit Utrecht tegen het AD: “Vanwege de doodeenvoudige reden dat in een modern land steeds tegen jongeren wordt gezegd: maak je eigen keuze, word zelfstandig. Tegelijkertijd is er dan een woningmarkt die zegt: er is geen plek voor jullie.”

Dit is een bericht van de Woonbond

Rapport: Volkshuisvesting scoort na 25 jaar een dikke onvoldoende

Het volkshuisvestingsbeleid van de Nederlandse overheid scoort na 25 jaar een dikke onvoldoende, stelt het onderzoeksrapport ‘Gebouw van de volkshuisvesting; renovatie gewenst’, van Platform 31. 

Grote pijnpunten zijn volgens het onderzoeksrapport de kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid van sociale huurwoningen.

Rijksoverheid kleedde corporatiesector uit

Boosdoener van het tekortschieten van het volkshuisvestingsbeleid is volgens het rapport de inperking van de woningcorporatiesector door de rijksoverheid met de woningwet en de verhuurderheffing. Deze heffing moest woningcorporaties stimuleren woningen te verkopen om daarmee het aandeel van de sociale huursector in de woningsector als geheel te verkleinen. Uiteindelijk kromp de sociale huursector volgens de onderzoekers niet door de verkoop van woningen, maar door het verhogen van huren en door woningen buiten het domein van de sociale huisvesting te brengen. Tevens liep het aantal sociale nieuwbouwwoningen terug door gebrek aan investeringsruimte.

Toename problemen

De krimp van de sector en de stijging van de huren heeft geleid tot een toename van de betaalproblemen bij huurders en het groeien van wachttijden voor woningzoekenden. De verhuurderheffing en Woningwet werden ingevoerd in een periode waarin het overheidsbeleid volgens het rapport ook andere ontwikkelingen in gang zette, met negatieve gevolgen voor de betaalbaarheid, beschikbaarheid en leefbaarheid in wijken.

Lastig corrigeren

Problemen inzake kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid van sociale huurwoningen worden door overheid en woningcorporaties erkend, maar laten zich volgens het rapport lastig corrigeren. De corporatiesector heeft op dit moment onvoldoende middelen om de problemen op te pakken. Volgens het rapport is het sociale woonstelsel toekomstbestendig. Woningcorporaties zijn krachtige organisaties die worden omarmd door de overheid als het gaat om de zorg- en energietransitie, maar worden tegelijkertijd door de verhuurderheffing financieel uitgeknepen hetgeen de volkshuisvesting schaadt.

Ruimte voor opinie

Behalve een presentatie van de bevindingen van de onderzoekers, biedt het rapport ook ruimte aan opinies van deskundigen vanuit wetenschap, corporatiesector, gemeenten en huurdersorganisatie: Jan van der Schaar (voormalig hoogleraar volkshuisvesting en grondig kenner van de corporatiesector), Erik Dannenberg (Divosa), Walter Hamers (Talis), Marja Elsinga (TU Delft), Karin Schrederhof (gemeente Delft), Remco Deelstra (gemeente Leeuwarden), Arjen Zandstra (Wooncompagnie), Ton Selten (voormalig Woonbond), Mariëtte Heemskerk (De Goede Woning), Jos van der Lans (cultuurpsycholoog) en Paulus Jansen (voormalig directeur Woonbond en wethouder Utrecht).

Online presentatie en debat

Op woensdag 28 oktober presenteerde Platform 31 deze onderzoeksresultaten in een online debat. Onder andere Zeno Winkels (directeur Woonbond), Martin van Rijn (voorzitter Aedes) en Chris Kuijpers (DG Bestuur en Wonen ministerie van BZK) namen hier aan deel.